Boekenblog: Afscheid van de OBA

Gepubliceerd op: 20 april 2017 11:07

Vanaf juli 1973 stond ik, als een van vele medewerkers, u min of meer anoniem te woord. Duizenden van u wees ik de weg naar het toilet, zuchtte inwendig diep als ik weer een printprobleem moest zien op te lossen, en hielp u geduldig bij uw vergeefse zoektocht naar een boek dat precies stond waar het hoorde. Ik heb dat altijd ongelooflijk leuk gevonden.

Nog aardiger waren de speurtochten naar boeken, films, cd’s die volstrekt onvindbaar waren en die we na deduceren, nadenken en stom geluk vonden: verstopt in het Magazijn, achter andere boeken gevallen, door andere lezers “ergens” neergelegd. Prachtig waren de momenten dat we samen in catalogusbakken zochten, het zoeken in de geautomatiseerde catalogus vervloekten en daarna uitbundig prezen als we  het door u gewenste  boek, film, cd, tijdschrift konden lokaliseren en vinden.

Handelingen

Geweldig was het om met een kind naar boeken over cavia’s, dinosaurussen, voetbal, paardrijden of Michiel de Ruyter te zoeken. Onmiddellijk daarna, maar dan werk je in een filiaal, je oudste lid van 92 helpen aan een groteletterboek. Of, zoals in de jaren ‘70/’80, aan luistercassettes: Oorlog en Vrede bijvoorbeeld, een doos vol. Wel in de juiste volgorde afspelen, want Vrede komt pas na Oorlog.

Besefte u wat er aan al die handelingen voorafging? Nee, dat besefte u niet. En nog niet want nu legt u uw boek op een plaatje en stopt u het na lezing in een sleuf. Ach, meestal komt het wel goed terecht.

Het zichtbare deel van bibliotheekwerk, omgaan met bezoekers, heb ik altijd prachtig gevonden. De negatieve gebeurtenissen: zeurende mensen, lastige klanten, vervelende groepen jongeren, ineens beseffen dat je met te weinig collega’s toch open moet, inbraken waardoor ik op 5 juni1994 op Waterlandplein vanaf  01.30 tot 05.00 de wacht moest houden, die staan in geen verhouding tot het voortdurende plezier in mijn werk.

Motto’s en Overtuigingen

Een van mijn motto’s is (uiteraard) een boektitel: De meeste mensen zijn aardig van de meesterlijke stukjesschrijver A.J. (Bert) Klei. Met Moedig voorwaarts! (Gerard Reve) als andere oppepper kom je een heel eind verder in het leven, denk ik.

Meningen, overtuigingen over openbare bibliotheken, daar loop ik van over, dus ik ben blij dat ik nog door mag gaan met het OBA Boekenblog. Maar een paar geef ik nu mee. De bibliotheek is belangrijk, zeker.

De bibliotheek is er voor iedereen, dat maakt het werk zo boeiend en ook lastig. De belangrijkste doelgroep is de jeugd. Zo’n 70 % van onze gebruikers is jonger dan 18 jaar, maar meer dan 50 % van de beschikbare materialen is bestemd voor volwassenen. Zo, die zit! De Centrale OBA heeft 7 publieksverdiepingen, maar de jeugd tot 12 jaar heeft alleen de Kelder, een heel mooie, dat wel, tot haar beschikking. Kortom: voor de jeugd doe je niet gauw genoeg als bibliotheek:“Ik wil maar zeggen!” (citaat van Kaatje Kater, gemodelleerd naar prof.dr. Maartje Draak, specialist in Keltische en Middelnederlandse letterkunde, een van mijn favoriete romanpersonages uit Het Bureau, J.J.Voskuil.

Nog een overtuiging: de kranten -en tijdschriftencollectie van iedere bibliotheek is een nog grotere parel dan zijn boekenafdelingen. Verder ben ik van mening dat de openbare bibliotheken anno 2017 veel beter, mooier, professioneler zijn dan in 1973. U hebt het maar getroffen. Of: wij hebben het maar met u als financier van deze bijna filantropische instelling getroffen!

Afsluiting

Aardig, zinvol werk wordt mede mogelijk gemaakt door goede en aardige collega’s. Daarover heb ik zelden te klagen gehad, wat heet! Die collega’s die dat niet waren, ik ben ze niet vergeten, o nee, maar ik laat ze graag in de vergetelheid waar ze thuishoren. De collega’s, het publiek, jong en oud, de gebouwen -van meer dan primitief toen, tot heel mooi nu- ze komen in een andere verhouding tot mij te staan dan gewend. Dat hebben talloos veel mensen eerder beleefd. En: o ja, die boeken, kranten, tijdschriften, cd’s, films, digitale bestanden -die kan ik vanaf 24 april ook als klant bewonderen. Evenals de activiteiten, tentoonstellingen. In 1975 hadden we nauwelijks tot geen activiteiten, dat is nu niet meer te bevatten.

De openbare bibliotheek van 25, 50 en 100 jaar geleden bestaat niet meer. Daar hebben we met elkaar voor gezorgd. Ik hoop dat de bibliotheek van 2042, 2062 en 2117 nog bestaat, maar dat hij herkenbaar is als de huidige, dat kan ik me niet voorstellen. Gelukkig maar. 

Ik wens u het beste toe, na 21 april treft u mij niet meer op de publieksafdelingen van de OBA. Het was een voorrecht om voor u te mogen werken.

Leo Willemse, bibliothecaris bij de OBA, 15 juli 1973 tot 21 april 2017.