Boekenblog; Annie was op 20 mei jarig!

Gepubliceerd op: 19 mei 2017 10:49

Mijn topaankoop op Koningsdag: Ziezo, de 347 kinderversjes, van Annie M.G.Schmidt, 17e druk, 2007, als nieuw. De verkoper, een aandoenlijke jongen van 10, vroeg er, na consultatie van zijn vader €1, 50 voor. Ik gaf hem een extraatje. Eigenlijk vond ik het zielig: een niet gelezen, niet voorgelezen Annie! Hopelijk had hij nog een exemplaar, zoals je in de bibliotheek zo vaak meer exemplaren van een boek hebt. Dat geldt zeker voor de boeken van Annie, je struikelt zowat over de Minoesen en Pluks.

Nationaal erfgoed

Annie Schmidt’s  populariteit is, 22 jaar na haar overlijden, onverminderd groot. Alle generaties sinds 1950, plus (jeugd)bibliothecarissen en onderwijzers zijn de schatbewaarders van haar omvangrijke nalatenschap. Eigenlijk is  Annie onontkoombaar . Dat zou ze zelf vast niet goed vinden, want ze was graag tegendraads: “Ik ben lekker stout!” Vaak ziet men  Annie als kinderboekenauteur. Maar dan vergeet men toch nationaal erfgoed als De Familie Doorsnee, Ja Zuster Nee Zuster, Heerlijk duurt het langst, Foxtrot, Een Traan op de Tompoes … En al die liedjes en conferences daaruit! Ik kan geen Peugeot zien zonder aan Margootje te denken. De Ronde van Lombardije, een wielerkoers, is voor mij ondenkbaar zonder de Koningin die daar ook uit rije ging; de weg naar Purmerend moet ik toch beslist eens op de step afleggen. Een fuchsia zien zonder aan de geslachtsdaad te denken is onmogelijk sinds onschuldig Nederland in 1967 met deze woordspeling te maken kreeg (“Het is een makkelijke plant/hij eet bijna uit je hand”). Annie was niet alleen onvoorstelbaar geestig maar ook vilein. Neem Water bij de wijn, over iemand die beter carrière kan maken in de soepsector. En hoe zat het toch met die wollen sokjes van Marjolijne?: “Kom de trap af zo zachtjes als je kan”, andere koek dan Dikkertje Dap, eveneens uit 1950. 

Bibliothecaresse:1932-1946

Zelf ben ik zonder Annie opgegroeid, zelfs de Gouden Boekjes, die zij redigeerde met die andere grote kinderdichter Han G.Hoekstra, kreeg ik niet onder ogen. Thuis lazen wij het Nieuws van de Dag, en daar telden kinderen niet, al was Koning Hollewijn een prima strip. Annie schreef voor Het Parool, voor de sociaaldemocratische zuil (Arbeiderspers). Voor haar hoorspelen was ik nog te jong. Pas bij Ja Zuster Nee Zuster besefte ik dat zij net zo veel invloed had op ons taalgebruik als Toon Hermans, Marten Toonder en later Koot en Bie. Wanneer ik doorkreeg dat zij bibliothecaresse was geweest, weet ik niet. Vreemd genoeg was dat niet op de bibliotheekacademie: daar werden de allergrootsten genegeerd. Zelfs Kees Fens, docent op die academie en baanbreker voor haar werk, sprak niet over haar- ik herinner het me tenminste niet. Misschien was het boekje Kijk, Annie Schmidt doorslaggevend, al is dat uit 1984. De openbare bibliotheken beseften veel te laat dat Annie als boegbeeld voor ons zegenrijke werk had kunnen dienen.

Annie was een echte werkezel, zeer gedisciplineerd. Discipline, nauwgezetheid, verantwoordelijkheid: dan kom je al snel bij bibliotheekwerk uit. Dr. H.E.Greve,  grondlegger van het openbare bibliotheekwerk stond daar pal voor. Ze hààtte die man, een pietlut, die haar ook dwarszat omdat ze zoveel rookte. (We hebben het over 1935.) Bibliothecarissen zijn nog steeds zeer verantwoordelijke mensen, sterk betrokken bij hun werk, dat is wel weer mooi. Annie had te veel in haar mars om bibliothecaresse te blijven. Toen ze documentaliste bij Het Parool werd, kwam ze in aanraking met echte creativiteit, met gelijkgestemde kunstenaars. ”Die vreemde drang van binnen” moest er uit. En dat hebben we geweten.

Annie en het Oosterdokseiland

De Oosterdokskade kent een paar zijstraatjes, dwarsverbindingen met de Oosterdoksstraat, ieder nog geen 100 meter lang. Daglicht heeft het daar moeilijk. In sommige straatjes wordt gewoond of gewerkt, maar het blijven miezerige straatjes. Zijn ze daarom vernoemd naar grote Amsterdamse schrijvers  als W.F.Hermans, Harry Bannink, Simon Carmiggelt? Ik mis alleen nog het Gerard Revehol. Misschien straks tussen Conservatorium en het nieuwe kantoorgebouw? Het meest miezerige straatje is uiteraard de Annie M.G.Schmidtstraat, tussen  OBA en Conservatorium. Daar woont niemand. Een brief kan alleen door Dollie de Duif  worden bezorgd. Is dit waaigat een ODE aan Annie’s boekjes over Waaidorp, of haat de bedenker haar werk (en dat van de anderen)? Ik ben bang dat het nog erger is: met deze straatjes hebben de straatnaambedenkers oprecht gedacht iets goed te doen, een verwijzing willen maken naar de grootste cultuuroverbrenger van Amsterdam: de OBA en de schrijvers aan wie die bibliotheek schatplichtig is. Gelukkig komt Hella Haasse er straks beter af. 

Ik wens u een mooie Anniedag toe, 20 mei!

Leo Willemse, Bibliothecaris en Boekblogger voor de OBA