Boekenblog 116; Sylvia Witteman in topvorm
Na het lezen van een zoveelste sprankelende column, op 11 januari, over boeken, wist ik: nu een actueel Boekenblog: Sylvia Witteman. Nederlandse kranten zijn gezegend met uitstekende columnisten, maar Sylvia torent boven hen uit. Gelukkig is deze uitspraak niet te staven. Maar net zoals iedereen in de jaren '60 wist: Simon Carmiggelt is de beste van alle stukjesschrijvers, zo weet ik dat nu van La Witteman. En had ik nog twijfels bij de promotie van één stuk per week, in het Volkskrant Magazine, naar vier per week nu, dan zijn die volledig weggenomen. Met haar schijnbaar achteloze stijl, haar fantastische verhalen over het wel en wee in haar huiselijk leven en haar bijzondere opmerkingsgave, bouwt ze haar stukken feilloos op.
Ja, het zijn verhalen van een dame uit Amsterdam-Zuid die geld genoeg heeft om dat leven te leiden. Ja, het Randstad-gehalte is hoog, evanals de herkenbare situaties tijdens de typische vakanties van zo'n gezin. Een mooi extra-tje is dat iedereen weet dat "huisgenoot P." hoofdredacteur van De Volkskrant is, zodat je de huiselijke problemen nog gniffelender kunt lezen. Het geeft de schrijfster ook de mogelijkheid om een klassieke columnistentruc te verbeteren. In een goede column is de hoofdpersoon per definitie een sukkel.Maar als een andere geregeld terugkerende persoon bekend is, kan ook die mooi als sukkel optreden. Witteman heeft niet voor niets een biografie over Carmiggelt geschreven. Hij was de sul, zijn vrouw degene die het leven in goede banen leidde. Daar is in het gezin van Witteman geen sprake van: het is een chaos, waar de kinderen geen schuld aan dragen, want daar zijn het kinderen voor. Deze chaos maakt bij de lezer -wel of niet in het bezit van een gezin-het mooist denkbare gevoel los: bij ons valt het allemaal nog wel mee.
Haar andere truc is uitvergroting. De door haar samengestelde bundel met mooiste Kronkels van Carmiggelt heet Ik Lieg De Waarheid. Hij deed dat door understatement, zij door opblazen. Beiden deden dat in fonkelende zinnen en fijne gebeurtenissen, die ongetwijfeld echt gebeurd zijn, maar anders dan de schrijver ons doet geloven. En de laatste door mij ontdekte truc is haar zogenaamde onkunde. Haar grote belezenheid komt ook weer achteloos tot de lezer,met simpele literatuurverwijzingen, citaten dus.
Als ik aan haar huis denk, pak ik huishoudhandschoenen, doe lieslaarzen aan, zet een stofbril op en til op willekeurige plaatsen automatisch mijn voeten op om de poezen ruimte te gunnen. Pas bij de bank, waar Sylvia een e-book leest, kom ik tot rust. Ik kom graag bij haar eten, want haar reusachtige kooktoestel en haar grote kennis van koken roept de gastronoom in mij wakker.Maar je zult zien: die avond heeft ze trek in verantwoord fastfood.
Na de kale stukken van Martin Bril, in zijn vele beste jaren al even fantastisch,maar totaal anders, zijn de overvolle belevenissen van een chaotische huisvrouw geregeld lezen meer dan waard. Natuurlijk, in boekvorm kunnen we de mooiste verhalen teruglezen. Dat is anders.Ten eerste lijden de boeken aan de, ongetwijfeld door Sylvia verafschuwde, eigenschap dat de foto van de auteur op het voorplat moet staan, want anders herkennen we het boek niet in de winkel. En: je hebt de neiging om teveel stukken achter elkaar te lezen. Overdaad schaadt. Dus wel lenen, kopen, kado geven, maar met mate lezen, een per dag, bij het ontbijt (om de dag beter te lijf te gaan) of voor het slapen gaan (het was bij de Wittemannetjes nog veel erger).

