Boekenblog 26 A.Marja-vergeten maar uit het Magazijn opgediept
Sint Nicolaas 1938
Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:
al ligt de wereld machteloos te bloeden,
God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.
o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!
Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:
nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede
en striemt den Jood; wij kunnen 't niet verhoeden...
o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!
Vanavond deert ons vluchteling noch beul,
wij zoeken slechts bij koek en snoepgoed heul,
en lezen, voor 't naar bed gaan, 't woord des Heren,
dat ons, als steeds, weer ernstig stemt en sticht,
maar verder vrijlaat en tot niets verplicht
zolang wij koek en snoepgoed niet ontberen.
A. Marja (1917-1964)
Dit gedicht, opgediept door Raymond Noë van het Laurens Jzn-project , zie :
http://cf.hum.uva.nl/dsphome/ljc/ is een reactie op de Kristall- Nacht in Duitsland, november 1938, waarin het terroriseren van de Joodse bevolking van Duitsland in al zijn afschuwelijke vormen definitief begon.
Toen Arend Theodoor Mooij, beter bekend onder zijn schrijversnaam A. Marja, op 10 januari 1964 overleed, waren er die dit verscheiden op zijn zachtst gezegd niet betreurden. Want Marja had veel vijanden. "Herdenkingsartikelen bleven in de volgende dagen en weken spaarzaam. Vele ‘betrokkenen' voelden kennelijk niet veel voor een last post voor een lastpost", schrijft Wim Hazeu in zijn boekje A. Marja, dichter en practical joker (1917-1964), een'biografische schets' die in verkorte vorm reeds gepubliceerd werd door Vrij Nederland (7-1-1984).
Meer dan door zijn werk verwierf Marja tijdens zijn leven bekendheid c.q. beruchtheid door zijn zogenaamde ‘practical jokes'. In 1963 schreef W.F. Hermans in Podium: "Er kwam een taxi voorrijden die ik niet besteld had. Zou A. Marja in Groningen wezen?". Vrienden en vijanden waren het doelwit van allerlei soorten grappen. Spotverzen, op een briefkaart aan de betreffende gestuurd of openlijk gepubliceerd, hadden soms verstrekkende gevolgen. Zo Hazeu beschrijft maar liefst vijf ‘affaires', waarbij Marja (daargelaten of hij altijd terecht tot zondebok werd gemaakt) steeds meer vijanden maakte en vrienden verloor. Het is dan ook niet verbazend dat sommigen aanvankelijk twijfelden aan de echtheid van Marja's overlijdensbericht, daar hij een dusdanig bericht al eens verspreid had. Zo ging hij de geschiedenis in als het ‘enfant terrible' van de Nederlandse letteren.
"Wie was deze dichter, medewerker van tientallen bladen en kranten (...), die in het gedicht De Misanthroop schreef: "Mijn enige vermaak: dat ik u op uw smoelen braak", die de recherche op zijn dak gestuurd kreeg door literatoren; en over wie Gerrit Achterberg opmerkte: "Je moet veel van Marja houden om van hem te kunnen houden."
Hij bleef zichzelf blootgeven en vervolgens verdedigen, meestal via opmerkingen over anderen. Je ziet dat in 1959 ook in een citaat uit het werk van de grote dichter voor volwassenen en kinderen Han G. Hoekstra:
Misschien dat ik dan bij tijden
kon spreken van Gods goed gelaat
en minder keek naar de meiden.
Zijn gedichten zijn aanwezig in de Bibliotheek, en zijn enige roman, Snippers op de rivier, is een paar jaar geleden nog heruitgegeven. Kortom: niet alleen een rare kerel, maar ook een prima schrijver., methet hart op de goede plek, getuige dit felle Sinterklaas-gedicht. Vandaar dit korte eerbetoon aan een bijna vergeten auteur.
Zie verder: www.marja-dichter.nl

