Boekenblog 39, Marten Toonder (1912-2005)
Bommel in mijn rugzak.
In 1967 studeerde ik af aan de Kweekschool voor onderwijzers, thans Pabo geheten. Meteen werk zoeken? Nee, eerst een beetje freewheelen; allerlei baantjes zoeken leek me wel wat. En zo kwam ik terecht bij het Centraal Boekhuis op de Stadhouderskade (nu in Culemborg). Daar moest ik ponskaartjes tikken voor de nieuwste boeken. In de pauzes snuffelden we tussen de kasten en zo ontdekte ik de eerste literaire uitgave van Olivier B. Bommel. De liefde was geboren. Natuurlijk kende ik de andere werken van Marten Toonder wel: Tom Poes, Kappie, Panda en Koning Hollewijn, maar dit was toch heel iets anders. In die tijd liftte ik veel door Engeland, Ierland en Schotland en altijd zat er wel een Bommel in mijn rugzak. Daar werd in de jeugdherbergen aldaar om gevochten door mijn Nederlandse "medebewoners".
Waarom nu Toonder als onderwerp? Dat komt ten eerste door de briefwisseling tussen Marten Toonder en Dick Matena die nu in boekvorm verschenen is. Een prachtig boek, getiteld: "Wat jij, jonge vriend". Het gaat over de vriendschap tussen twee zielen, die feitelijk 31 jaar met elkaar verschilden. Toonder heeft zich echter altijd jong = 17 gevoeld. Zoals Matena schrijft: "eigenlijk waren we twee kwajongens die met elkaar correspondeerden".
Ten tweede komt dit door een recent krantenartikel met de kop: "Erven Toonder kopen studio's". De naam Toonderstudio's mag weer gebruikt worden. Zij bezitten nu niet alleen de auteursrechten op Tom Poes en Heer Bommel, maar ook op die van Kappie, Panda en Koning Hollewijn. Een van hun eerste plannen is om de minder bekende stripverhalen opnieuw uit te geven. En zo blijft Marten Toonder doorleven in de Nederlandse stripwereld.
Het bekendst is Toonder geworden met zijn Bommelsaga. Een saga is een familiekroniek, vaak over meerdere generaties van een familie. In dit geval gaat het over slechts één familie. Zoals Heer Bommel al zei: " Het is in mijn familie erfelijk om geen kinderen te krijgen". Het is de verdienste van uitgeverij De bezige Bij geweest om in 1967 de verhalen uit de Bommelsaga als literatuur uit te geven. Het eerste boek was "Als je begrijpt wat ik bedoel". Elk boek bevatte drie verhalen en in totaal verschenen er 177 verhalen.
De figuren in de Bommelverhalen zijn echte karakters. Dat maakt dat de verhalen levendig blijven. Zij hebben ook prachtige namen, zoals:
Markies de Canteclaer van Barneveldt, Pee Pastinakel, Zwarte Zwadderneel ( waarbij ik nu moet denken aan die verschrikkelijke figuren uit Knielen op een bed violen van Jan Siebeling). En wie struikelt er niet over de naam van professor Prlwytskofski!! Ook op taalgebied heeft Toonder veel indruk gemaakt. De uitdrukking "kommer en kwel" is van zijn hand, evenals o.a. termen als: minkukel, denkraam en bovenbaas.
Marten Toonder was een kunstenaar als het op taalgebruik aankwam. Oplettende lezertjes zagen daar ook de humor van in. Dat uitte zich in zinnen als: "Zo sprekende trok commissaris Bas zijn gummistok en liet die corrigerend neerdalen" en "Als de bomen kaal worden beginnen sommige bosbewoners aan een winterslaap. De trekvogels haasten zich naar het zuiden om op tijd te zijn voor het vogelschieten".
Natuurlijk is het onderwerp Toonder schier onuitputtelijk. Ik hoop dat Leo nog wat verder gaat graven in de wereld van Marten Toonder. Dit is slechts een topje van een ijsberg. Met uw welnemen raad ik u aan: ga er eens voor zitten en lees bijvoorbeeld:
Heer Bommel en de weetmuts
Heer Bommel en de zelfkant
Heer Bommel en de kwinkslagen
Ach, en dan toch ook maar die 174 andere verhalen.
Er is natuurlijk ook een Bommelmuseum, genaamd De Bommelzolder.
Het museum is gevestigd in Zoeterwoude, maar hun website bekijken kan natuurlijk ook.
Hilde van Veluw

