Leven en werk van Hella Haasse
Hélène Serafia (Hella S.) Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië, als dochter van de pianiste Katherina Diehm-Winzenhöhler en Willem Hendrik Haasse, die onder het pseudoniem W.H. van Eemlandt detectiveromans schreef. Tussen 1924 en 1928 woonde zij in Nederland bij haar grootouders, omdat haar moeder voor enige tijd moest kuren in een sanatorium in Davos. In de eerste jaren na haar terugkomst in Indië ontwikkelde Hella Haasse twee passies: lezen en toneelspelen. Op haar elfde jaar scheef zij haar eerste historische roman. In 1938 vertrok Hella Haasse naar Nederland om Scandinavische taal- en letterkunde te gaan studeren. Na een jaar brak zij haar studie af. In 1940 meldde zij zich aan bij de toneelschool en deed in 1943 eindexamen. Al in 1944 beëindigde zij haar toneelloopbaan. In dat jaar trouwde Hella Haasse met Jan van Lelyveld. Zij schreef haar eerste gedichten, die in 1945 gebundeld zouden worden in haar poëziedebuut Stroomversnelling
Vanaf 1944 wijdde Hella Haasse zich onafgebroken aan het schrijven. Aanvankelijk schreef zij, naast enige poëzie, toneel- en cabaretteksten, na enkele jaren vrijwel alleen proza.Voor een doorbraak zorgde de novelle Oeroeg, waarmee zij in 1948 de novelle-prijsvraag van de CPNB won; de bekroonde novelle werd in dat jaar het Boekenweekgeschenk.
Sinds de verschijning van Oeroeg is Haasse een veelgelezen en gewaardeerd auteur. Aan haar werk werden verscheidene literaire prijzen toegekend: in 1958 de Nationale Atlantische prijs voor De ingewijden; in 1960 de Internationale Atlantische prijs voor dezelfde roman; in 1962 de Visser Neerlandiaprijs voor het toneelstuk Een draad in het donker; in 1977 de Litteraire Witte Prijs voor Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven. Zij ontving in 1981 de Constantijn Huygensprijs, in 1984 de P.C. Hooftprijs, in 1985 de dr. J.P. van Praagprijs, en in 2004 de Prijs der Nederlandse Letteren – de laatste vier onderscheidingen voor haar gehele oeuvre.
De roman Heren van de thee werd in 1993 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en door de Raad voor de Kunst voorgedragen voor de Europese Literatuurprijs. In 1993 ontving zij de Publieksprijs voor dezelfde roman; het was het door een breed publiek hoogst gewaardeerde boek van 1992.
In 1981 verhuisde Hella Haasse met haar man naar Frankrijk, waar zij bijna tien jaar bleven wonen. Hier schreef Hella Haasse o.a. de grote 'Indische' historische roman Heren van de thee (1992). Vele van haar romans werden vertaald, onder andere in het Frans, Duits, Engels, Italiaans, Spaans, Welsh, Maleis en Hongaars.
In 1990 keerden Hella Haasse en haar echtgenoot terug naar Amsterdam. Voor de Boekenweek 1994 schreef zij het boekenweekgeschenk, Transit, een novelle. Van haar laatste roman (Sleuteloog, 2002) werden binnen enkele maanden meer dan 100.000 exemplaren verkocht. Het boek werd bekroond met de NS Publieksprijs 2003. In november 2006 verscheen Het tuinhuis, de verzamelde verhalen van Hella S. Haasse. Tegelijkertijd start Uitgeverij Querido met het heruitgeven van haar eerdere werk Voorjaar 2007 ontdekte Haasse bij haar thuis het manuscript van een avonturenroman Sterrenjacht die ze in 1949 schreef en in 1950 als feuilleton is verschenen in het Parool.
Op 2 februari 2008 werd zij 90 jaar, zij vierde dit heuglijke feit op dinsdag 5 februari bij de OBA. Bekijk ook de registratie van deze middag, waarop het aan haar gewijde virtuele museum geopend werd.

