Lady Chatterley

Lieve luisteraars, vergis u niet: 'Lady Chatterley’s Lover', D.H. Lawrence’ klassieke roman over de liefde tussen een barones en een jachtopziener vlak na de Eerste Wereldoorlog, is een seksboek. Op een zeer basisch vlak spreekt het verhaal onverminderd tot ons, bijvoorbeeld als gietvorm voor moderne erotische verhalen, zoals die waarin je een ‘zakenvrouw’ ziet die het doet met een loodgieter of iets dergelijks.

Maar eveneens geldt: de roman is een groots literair werk waarin de plaats van de mens in de geïndustrialiseerde wereld voor het voetlicht komt. Het werk is strikt gebonden aan de tijd waarin het tot stand kwam, maar Lawrence raakt aan véél wat ons nog steeds bezighoudt: sociale klasse, de seksestrijd, #metoo, vrouwenhaat, giftige mannelijkheid, feminisme.

De clash tussen enerzijds wat we nog altijd, zelfs in de huidige, verlichte tijdgeest, zien als ‘perverse seks’ en anderzijds een diepe waarheid over onze relatie tot de wereld, máákt de roman: Lady Chatterley’s Lover is een hymne over menselijkheid in donkere tijden, een pleidooi voor een terugkeer van de mens naar een betere staat, die van lichamelijkheid en liefde, van de mens die de verbintenis met de natuur herstelt, in plaats van verwijdering veroorzaakt door rationeel denken.

De roman is een van de meest besproken literaire werken uit de geschiedenis. En inmiddels is er geen twijfel meer mogelijk dat Lawrence zijn eigen leven projecteerde op dat van Constance en Mellors. Net zoals Mellors, de jachtopziener, was de Engelse schrijver van lage komaf. Hij groeide op in Eastwood, Nottinghamshire. Zijn vader was een ongeletterde mijnwerker, zijn moeder een lerares die het werk van een arbeider moest doen zodat haar familie rond kon komen. En net zoals Sir Clifford, echtgenoot van Constance die in de oorlog verlamd raakt, had Lawrence last van impotentie, een neveneffect van de tuberculose waarmee hij kampte sinds de grote griep-epidemie van 1918.

Een paar jaar geleden schreef Doris Lessing, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur, in een essay over Lawrence dat zijn werk niet los kan worden gezien van de tijd waarin dat tot stand kwam. Dat terwijl de figuur van Lady Chatterley, in de woorden van Lessing, nog altijd ‘springlevend in de populaire verbeelding’ is.

Eigenlijk liggen beide statements ten grondslag aan de Lady Chatterley-avond bij Cinema Literair. De filmversie die we vertonen is heel recent: Lady Chatterley (2006) van de Franse cineast Pascale Ferran. Maar de roman is váák verfilmd, en we hadden evengoed de ‘Nederlandse’ Lady Chatterley kunnen draaien, die van Just Jaeckin uit de jaren tachtig met onze eigen Sylvia Kristel in de hoofdrol.

Ik heb het altijd grappig gevonden dat deze versie op precies dezelfde morele verontwaardiging stuitte als de woede die Lawrence zich op de hals haalde toen de roman voor het eerst in 1932 in Engeland gepubliceerd werd, zij het in een gecensureerde versie. Wegens de passages waarin Lawrence seks in detail beschrijft, en door zijn gebruik van woorden als cunt, werd het boek ook elders in de wereld verboden. Pas in 1960 werd de volledige tekst gepubliceerd na een rechtszaak in Engeland.

En dan Kristels Lady Chatterley: haar film werd neergesabeld vanwege de softporno-sensibiliteit ervan. Dat was geheel terecht: de scènes waarin La Kristel naakt in de bossen rondrent, waarin ze in een waas gevormd door soft focus en sentimentele muziek haar seksualiteit ontdekt, kunnen evengoed komen uit de seksfilm waarmee ze wereldberoemd werd: Emmanuelle

Ik heb mij altijd afgevraagd of de kritiek tegen haar en de film helemaal terecht was. Ja, Kristels Lady Chatterley is knullig, en toch bevat de film veel elementen die helemaal in lijn zijn met de ‘vulgariteit’ die we in Lawrence’ boek aantreffen. Doris Lessing schrijft hierover: ‘Zijn fantasieën, zoals Lady Chatterley’s Lover laat zien, waren die van een romantische jongen.’ Ze vervolgt: ‘Sommige scènes grenzen aan belachelijk, maar we moeten hem toch zeker bewonderen voor zijn dapperheid.’ Welnu, precies hetzelfde kunnen we zeggen van Sylvia’s performance als Constance.

Maar waarin ligt dan die diepere waarde van de roman? Hoe lezen we Lady Chatterley zodat het meer is dan een ‘boek over seks’. Lessing vindt, natuurlijk, een hoofdbetekenis in de tegenstelling tussen lichaam en geest, natuur en oorlog. Niet alleen is oorlog de reden voor Cliffords impotentie, gewapend conflict ligt constant in het verschiet (de Tweede Wereldoorlog komt eraan), als een destructieve aanwezigheid in het leven van kwetsbare mensen.

Mellors schrijft aan Constance: ‘I feel the devil in the air, and he’ll try to get us … There’s a bad time coming … nothing lies in the future but death and destruction for these industrial masses.’

Lady Chatterley werkt daarom als een erkenning van de tegenstellingen die het leven van alle mensen overheersen: liefde en seks en dood en verwoesting. Twee mensen vinden elkaar tegen alle verwachtingen in, te midden van chaos. Dat is niet illegaal of obsceen, dat is een wonder.

Door Gawie Keyser.