Podcast Lolita

‘Hoe hebben ze Lolita ooit kunnen verfilmen?!’ Vraagteken. Uitroepteken. En dit, lieve luisteraars, deze tagline, dekt de lading van Stanley Kubricks meesterlijke versie van Vladimir Nabokovs controversiële roman.

Het boek, met zijn bizarre humor, zijn verschrikkelijke eis aan de lezer dat die meegaat in de perverse gedachtegang van pedofiel Humbert Humbert die op 37-jarige leeftijd hunkert naar seks met de 12-jarige Dolores, met Lolita, Lo, zijn beeldschone nymfje — hoe hebben ze dat ooit kunnen verfilmen?

Zelden was er een slagzin die de kern meer raakte. ‘How did they ever make a movie of Lolita?’ De zin is tegelijk serieus en prikkelend, moreel corrupt én essentieel.

Nabokov schreef de roman in 1955 in het Engels in Parijs. In literaire kringen werd het boek zeer goed ontvangen, maar in Frankrijk en Engeland werd het verbannen. Pas begin jaren zestig was het weer overal verkrijgbaar, vlak voor de release van Kubricks filmversie.

Maar waar zit’m de morele verontwaardiging nu precies in? Anders dan in het geval van beroemde, verboden boeken als Lady Chatterley’s Lover en A Clockwork Orange is bij Lolita makkelijk om te zien waarom mensen geschokt waren. En dat eigenlijk nog steeds zijn, zeker wanneer ze het eerste deel van het boek lezen.

Want kijk, daar hebben we onze Humbert: opgesloten in huize Haze, slachtoffer van de onderdrukte begeerten van de moeder, Charlotte Haze, maar vooral volledig in de ban van haar dochtertje Dolores, Lolita, dus, zoals Humbert haar slechts in zijn eigen gedachten durft te noemen.

Ach, Humbert, verzuchten we al lezend en kijkend — en dit, luisteraars, is de kern van de zaak — we voelen met je mee. Om duidelijk te zijn: we weten donders goed hoe het zit met duistere begeerten, met het hunkeren naar dat wat je niet kunt, nee, niet mag hebben.

In 1958 legde Elizabeth Janeway, criticus van The New York Times, het schokkende aan Lolita bloot in een artikel getiteld ‘De tragedie van de door begeerte gedreven mens’.

Ze schrijft: ‘Humbert is de held met het tragische gebrek in zijn karakter. Hij is ieder mens die gedreven wordt door begeerte. Hij wil zijn Lolita zo graag dat het nooit bij hem opkomt haar als een mens te zien, of als iets anders dan een vleesgeworden fragment van een droom. Vervat in dat laatste is de eeuwige en universele aard van hartstocht.’

De mens als gevangene van zijn eigen passie — daarover lezen we in Lolita, dat zien we in de film, dat is de kern van het verhaal. Natuurlijk, hierin kunnen we geen moraal vinden. Instinct of begeerte of passie, wat je het ook noemt: het is er, in ons. En we kunnen er niets aan doen. Als we er iets mee willen, moeten we bereid zijn de tragische consequenties te dragen.

Het dilemma van Humbert is dat zij leven geen betekenis heeft als hij niet het object van zijn begeerte kan hebben, noch kan hij geluk vinden als hij zich conformeert aan de heersende normen en waarde en zijn ‘nimfje’ in hemelsnaam met rust laat.

Inmiddels is de seksuele moraal flink verschoven — in de richting van het conservatieve pool. Pedofilie wordt onder geen omstandigheden geduld; seksueel geweld tegen vrouwen leidt tot wereldwijde protesten; en zogenaamd giftige mannen worden aan de schandpaal genageld, vaak ten onrechte.

Ik ben heel benieuwd hoe we in deze tijdgeest gaan reageren op Lolita, de roman, maar vooral ook Kubricks film die minstens even schokkend is (het feit dat hoofdrolspeler Sue Lyon veertien jaar oud was ten tijde van de productie wordt vaak vergeten, aangezien Lyon eruit ziet alsof ze twintig is).

Voor uw overweging, luisteraars, sluit ik af met een gedachte van psychiater John Ray, fictionele verteller in de inleiding van de roman. Hij zegt: ‘Het woord “beledigend” is vaak slechts een synoniem voor “ongewoon”. Een groot kunstwerk, natuurlijk altijd origineel, zou in zijn diepste wezen een schokkende verrassing moeten zijn.’

Hoe hebben ze ooit een film als Lolita kunnen maken? We gaan achter de antwoorden aan in de eerstvolgende — schokkende — editie van Cinema Literair.

Deze editie van Cinema Literair vindt plaats in het OBA Theater op 9 oktober 2018 van 19.30-22.00 uur