Podcast Jane Austen

luister de podcast over Jane Austen

Over Jane Austen zei de Amerikaanse schrijver Mark Twain eens: ‘Ik wil haar opgraven en haar over het hoofd slaan met haar eigen scheenbeen.’ Meer luguber kon de grapjas Twain het niet maken, wat illustratief is voor zijn enorme afkeer van de beroemde Britse auteur van boeken zoals Pride and Prejudice, Sense and Sensibility en Persuasion.

Twains kritiek kwam vorig jaar weer vaak aan de orde toen de honderdste herdenking van haar sterfdag groots werd gevierd. Je kon geen dag een krant openslaan zonder iets over Austen en de enorme populariteit van haar werk te lezen. Dat stond lijnrecht tegenover Twains kritiek (waarover straks meer).

De Austen-gekte kende geen grenzen, van uitpuilende leesclubs waar men zich hunkerend stortte op haar oeuvre tot de massaproductie van souvenirs zoals kaarsen met speciale Jane Austen-geuren. Hoe romantisch: in de achttiende eeuw zat Jane tot diep in de nacht schrijven en te lezen! ‘Ze schreef haar boeken bij kaarslicht,’ zo luidde de reclame, ‘terwijl de zachte bries van het platteland haar gezelschap hield.’

Nog altijd zijn de kaarsen niet aan te slepen. Kaarsen die je bijvoorbeeld doen denken aan ‘de verleidelijke Mr Darcy’ uit Pride and Prejudice die, vooral in de gedaante van acteur Colin Firth in een succesvolle televisiefilm uit 1995, vrouwenharten sneller doet kloppen. Je kunt hem dus ‘lezen’, ‘zien’ én ruiken…

‘For any Jane Austen fan who dreams of being swept up and surrounded by the handsome Mr. Darcy, there couldn't be a better fit … (the candle) combines the scents of Florentine iris … rich violet leaves and sandalwood, making a manly yet elegant aroma.’

Ah, lieve luisteraar, wie deze kaars brandt waant zich in de wereld van Jane Austen! Ziet u het al voor zich: de o zo gepassioneerde, maar onderdrukte verlangens van de Austin-heldinnen, die gekleed in onmogelijk gelaagde jurken tijdens society-feesten nauwelijks durven te kijken of hij kijkt: de verschillende Mr Darcy’s van Austens romans.

Maar er is een keerzijde, een donkere kant, aan Austens werk, en die heeft te maken met de kritiek van Twain.

De auteur van Huckleberry Finn, even legendarisch vanwege zijn scherpe literaire kritiek als door zijn gevatte one-liners, worstelde met Austen, wat uitmondde in die opmerking in een brief aan een collega over het ‘opgraven’ van haar lijk en haar ‘over het hoofd slaan met haar eigen scheenbeen’.

Twain vond haar personages afstotelijk, omdat die zo extreem beleefd zijn dat het wel lijkt of ze in een andere wereld leefden. Zo vraagt hij zich in een artikel af wat een kroegbaas nou zou vinden van figuren zoals Mr Darcy, maar ook bijvoorbeeld van Marianne en Elinor, de verliefde zussen in Sense and Sensibily, of Anne Eliot in Persuasion die op latere leeftijd opnieuw romantiek ontdekt.

Volgens Twain zou zo’n kroegbaas gruwen van deze personages. ‘Hij zou niet met hen willen omgaan; hij zou niets van hen leuk vinden; hoe ze praten zou woede in hem oproepen.’

Je vraagt je af: wist Twain iets wat wij niet weten? Want wij vallen onverminderd voor haar helden en heldinnen. Vooral voor de heldinnen, natuurlijk.

Austen schetst in haar romans inderdaad de leefstijl en moraliteit van een bepaalde upper class, maar tegelijkertijd bieden haar romans inzicht in de psychologie van relaties, in hoe mensen met elkaar omgaan, vaak als het gaat om de liefde.

In Sense and Sensibility zijn twee zusters bijvoorbeeld allebei het ‘slachtoffer’ van een minnaar die heimelijk een ander heeft. Wanneer de waarheid boven water komt, reageert de een, Marianne, alsof haar wereld instort terwijl de ander, Elinor, haar last eenzaam draagt, bang dat de ‘tragedie’ van bedrogen worden een te grote last voor haar moeder zal zijn.

Zoals Mark Twain zouden wij dat ook wel willen: Jane Austen opgraven. Maar anders dan Twain zou dat niet zijn om haar te verachten, maar om aan haar te vragen: schrijf nog eens een boek.

Want het lijkt wel of Austen, die in 1817 op 41-jarige leeftijd overleed, een dieper inzicht had in hoe het leven werkt dan dat van ‘normale mensen’. In dit licht kunnen we haar romans nog altijd lezen: de zwijmelende romantiek is slechts een rookscherm, want onder de oppervlakte zijn de mensen in haar boeken even slecht, en goed, als mensen altijd al waren en altijd zullen zijn.