The End of the Affair

Als hij zijn grafschrift zou kon kiezen, zei Graham Greene, dan zou dat poëzie van de Schotse dichter Robert Browning zijn. Deze tekst:

Our interest’s in the dangerous edge of things,
The honest thief, the tender murderer,
The superstitious atheist… 

Graham Greene, die leefde van 1904 tot 1991, was een Engels schrijver, auteur van klassiekers zoals Brighton Rock (1938), The Power and the Glory (1948), Our Man in Havana (1955) en natuurlijk, onze film in deze aflevering van Cinema Literair: het tijdloze liefdesverhaal The End of the Affair uit 1951.

In al deze romans zien we, zoals de auteur J.M. Coetzee in een huldeblijk aan Greene schrijft, onvolmaakte, verscheurde mensen. De Greene-held is constant in conflict; zijn integriteit en de basis van zijn geloofsovertuiging worden altijd tot het uiterste op de proef gesteld terwijl God, als die bestaat, in geen velden of wegen te zien is. Greene was dol op ‘dubieuze figuren’, vandaar dat hij het Browning-gedicht als een soort gietvorm gebruikte: het gevaarlijke randje, de ‘eerlijke dief’, de ‘gevoelvolle moordenaar’, de harteloze minnaar.

Neem Bendrix, de schrijver die in The End of the Affair verliefd is op Sarah. Hij is allerminst een aardige man. Terwijl de wereld om hem heen letterlijk in elkaar stort — we zijn in Londen tijdens de Blitzkrieg — bejegent hij zijn medemens met afschuw, niet in de laatste plaats zijn vriend, Henry, echtgenoot van zijn minnares. Dat Henry, een pennelikker, zo zielloos leeft, dat hij niet eens ertoe in staat is seks met Sarah te hebben, is voor Bendrix een teken van het naderende einde van de mensheid.

Toch geeft Greene zijn held, een bedrieger, iets vertederends, bijvoorbeeld in de wijze waarop Bendrix aardig is voor de zoon van een detective die hij in dienst neemt om Sarah te bespioneren. Of hoe hij meevoelt met Henry, de sloeber hij helpt om erachter te komen of Sarah ontrouw is.

Maar even terug: het verhaal gaat over het einde van de liefdesrelatie tussen Bendrix en Sarah. Met het bespioneren van Sarah wil Bendrix het mysterie van de liefde ontrafelen. Hoe kan het, maalt het door zijn hoofd, dat zo’n grote, romantische liefde per definitie eindig is? Hoe kan je dan nog ooit in iets geloven? Een vraag die ironisch genoeg ook Sarah, die worstelt met haar geloof in God, teistert.

Mooi is dat Bendrix — en hier spreekt natuurlijk Greene zelf — het proces van het schrijven als analogie gebruikt. Net zoals het einde van de liefde al aanwezig is vanaf de eerste aanraking, zo bepaalt het lot het verloop van een verhaal. ‘The last word is written,’ mijmert Bendrix, ‘before the first appears on the page.’

In al zijn romans zien we precies zo’n melancholieke toon, wat ook mooi tot uiting komt in Neil Jordans verfilming van The End of the Affair uit 1999, de film die we in Cinema Literair vertonen. De hoofdrolspelers — Julianne Moore als Sarah en Ralph Fiennes als Bendrix — schitteren in de sfeervolle setting die regisseur Jordan creëert om vorm te geven aan het Londen van tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Film als kunstvorm staat centraal in Greene’s schrijverschap. In een interview zei hij ooit: ‘Wanneer ik een scène beschrijf, probeer ik die te vangen met het bewegende oog van de camera eerder dan via een statische blik … zo volg ik mijn personages en hun bewegingen.’ Deze gevoeligheid voor het bewegende beeld vertaalde zich ook in het feit dat Greene in 1935 filmcriticus voor het blad The Spectator werd voor wie hij in vijf jaar tijd meer dan vierhonderd recensies schreef.

Door Gawie Keyser