Corrie en Joseph

Acht beeldende kunstenaars zijn ingegaan op het verzoek van Het Wilde Oog (Hans Lemmerman/Inge van Run) om elk twee objecten/sieraden te maken. Leg een verbintenis tussen twee bronnen: kraplappen van Spakenburgse vrouwen in klederdracht en de wereld van kunstenaar Joseph Beuys. Een dialoog tussen volkscultuur en kunst.

Het Wilde Oog is al 17 jaar bezig met artistieke vernieuwing vanuit Spakenburg. In hun uiterlijk tonen de Spakenburgse vrouwen deel van een collectief te zijn. Joseph Beuys herinnert ons in zijn werk aan het gemis van collectieve idealen. De gesteven kraplap (de schouderkap die zo karakteristiek is voor de dracht) is een oer-vorm.

De Wilde Oog variant op het vilt van Beuys

'Het schilderij houdt niet op bij de lijst' schijnt Joseph ooit gezegd te hebben. 'Nou, de kraplap houdt ook niet op bij Spakenburg' denken de Wilde Ogers.

Zestien kraplappen van overleden traditiedraagsters worden bezield dankzij de acht kunstenaars: Lucy Sarneel, Marianne van Heeswijk, Maria Roosen, Keiko Sato, Couzijn van Leeuwen, Ted Noten, Rob Scholte, Maison the Faux.Het Wilde Oog zet vervolgens theatermakers met de kunst-kraplappen op de foto. Ooit de theateropleiding aan Artez Arnhem afgerond of nu eraan studerend. Tjitske Jansen en Koen van Hensbergen schreven in opdracht van Het Wilde Oog elk een tekst: Voor Corrie/Voor Joseph.

2 oktober t/m 3 november in OBA Staatsliedenbuurt