Boekenblog; Beter kijken naar Ierland: Tim Robinson, Joseph O’Connor

Gepubliceerd op: 25 augustus 2017 10:39

Bij Loosdrecht: Als dit Ierland was/ zou ik beter kijken (K.Schippers). Wat moet je als je beste vriend, en een aardige zwager allebei rondreizen in een land, dat je in 1983, met die beste vriend, bezocht? Meeleven natuurlijk en proberen niet jaloers te zijn. Meelezen kan ook helpen: je reist mee en de herinneringen stromen weer binnen.

Roundstone

Het briljante Connemara: luisterend naar de wind (2006) van Tim Robinson (1935), maakt tegelijk korte metten met die herinneringen.  Robinson vertelt over iedere plek waar ik geweest moet zijn iets wat ik me totaal niet meer voor de geest kan halen. Natuurlijk: Robinson woont sinds 1984 in het prachtige, wilde, Connemara, en nog specifieker Roundstone. Wij waren er een week. Connemara moet het, in tegenstelling tot bijna ieder conventioneel reisboek zonder “plaatjes” stellen -Robinson doet dus een beroep op je verbeelding, al is het nu natuurlijk een fluitje van een cent om de precieze plekken op te roepen. Ik heb het niet gedaan- alleen vakantiefoto’s opgezocht, en ja, die herinneringen had ik goed: vergezichten over veengebieden, rollende heuvels (de Twelve Pins), granieten stranden en 5.000 kilometer uitzicht over de Atlantische Oceaan. Uiteraard foto’s waarop we lezen: het had Vestdijk’s Ierse Nachten moeten zijn, of De vijf roeiers, maar ik heb er geen spijt van zijn magnifieke roman over de Tachtigjarige Oorlog De Vuuraanbidders.  Ierse Nachten las ik tien jaar later, meesterlijk, en De Vijf Roeiers liggen op het nachtkastje.

We zijn er bijna

Wat Robinson, cartograaf van origine, in Connemara doet is ongelooflijk. In 450 pagina’s beschrijft hij minutieus het voorheen afgelegen gebied in al zijn facetten. Heden, verleden en zelfs toekomst  bespreekt hij aan de hand van een voor in het boek geplaatst kaartje met nummers van besproken plekken als Roundstone Bog, Inis Leacan en Gleann Eidhneach. Die nummers staan nergens in de tekst. Al lezende denk je: die nummers staan er niet voor niets, en steeds weer keer je terug naar het kaartje, en terecht. Het levert een beduimeld boek op. Na lezing heb je Connemara beter bezocht dan je ooit in werkelijkheid kunt doen. Toch kom je, als je praat over je Ierlandvakantie met boek en herinnering aan bezoek niet verder dan hetzelfde gestamel van de caravankampeerders in de eindeloze tv-serie We Zijn Er Bijna: “Mooi hoor, dat Ierland.” Daarna is het weer tijd om aardappelen te schillen, sperziebonen te toppen en gehaktballen te draaien. 

Joseph O’Connor: Stella Maris

Nou smachtten de Ieren in de 19e eeuw naar aardappelen met gehakt, sterker nog: alleen met aardappelen waren ze al blij geweest. Want een van Ierland’s grootste tragedies- ik laat de andere onvermeld- was The Great Famine, rond 1850, als gevolg van mislukkende aardappeloogsten. Zo kort mogelijk samengevat: een kwart van de bevolking stierf, en een ander kwart vertrok vooral richting de Verenigde Staten. Het leverde een onvoorstelbaar groot aantal boeken op: aanklachten, studies, onderzoeken, romans. Die stroom houdt niet op. Ieren staan bekend om hun vertelkunst en muziek, die vaak teruggrijpt naar deze hongersnood. Zo’n verhalenverteller is Joseph O’Connor (1963), de broer van Sinead O’Connor. Ooit las ik Inishowen, een echtscheidingsdrama en was getroffen door de passie en het mededogen. Daarna Stella Maris (2004) en dat moet het ultieme verhaal zijn van de Ierse Hongersnood. Hoeveel meeslepender kan een verhaal zijn! Nou vooruit, Anna Karenina dan. De Stella Maris is “a leaky old sailing ship crossing from Ireland to New York during the bitter winter of 1847, its steerage crammed to the bulkheads with diseased and starving refugees from the Irish potato famine.” In het 18 jaar later  in Amerika spelende Redemption Falls krijgt dit boek nog een onverwacht staartje. Nu lees ik Volgspot (2010), over de affaire tussen de beroemde Ierse auteur J.M.Synge (1871-1909), spreek uit: Sing en de actrice Maggie O’Neal. Kijk, verhalen vertellen is één ding, maar het gaat natuurlijk ook om hoe je het vertelt. O‘Connor is echt nòg veel beter in dan bijvoorbeeld landgenoot Roddy Doyle (en die is al zo goed). 

Terug naar Ierland

Ik verlang nu niet alleen naar Ierland en Connemara, maar vooral naar de Aran-eilanden. Daar verbleef Tim Robinson in de jaren ’70, en ook daar schreef hij over. En hij bewerkte Synge’s befaamde boek The Aran Islands . Alles grijpt altijd in elkaar, dat krijg je als je een lichte Ierlandafwijking hebt. Alleen moet ik bij een volgend bezoek nog beter kijken. Misschien moet ik me maar voorstellen bij Loosdrecht te zijn…

Leo Willemse kijkt uit naar….