Boekenblog; Frederik Muller in Wonderland (1)

Gepubliceerd op: 31 maart 2017 15:21

Zonder Frederik Muller was ik nooit bibliothecaris geweest. Vanaf 1970 ging ik drie jaar naar de gelijknamige Akademie. Veel mensen zijn nog steeds verbaasd dat je zo lang moet leren om je bibliothecaris te noemen: boeken rechtzetten kan toch iedereen? Dames en heren, er zijn maar heel weinig beroepen waarvoor je helemaal niets hoeft te kunnen, zelfs het koningschap komt je niet aanwaaien.

Frederik Muller (1817-1881) was boekhandelaar, veilinghouder, antiquair, historicus, verzamelaar, bibliograaf, en bibliothecaris. Typisch zo’n tomeloos energieke negentiende-eeuwer als  Jacob van Lennep, Anthony Trollope en Samuel Sarphati. Waarschijnlijk oefende hij al deze vakken tegelijk uit. Een ideale naamgever van de FMA dus, want je kon daar vanaf 1964 tot in de jaren ‘90 zowel voor boekhandelaar, uitgever, documentalist en talloze soorten bibliothecarissen studeren.

De Afdeling 020

In 2016 publiceerde Chris Schriks een biografie over Frederik Muller. Die biografie staat op mijn lijstje. Andere boeken over bibliotheekwerk, allemaal te vinden in SISO afdeling 020,* ken ik niet of alleen van zien; het ene oogt nog saaier uit dan het andere. De weinige aantrekkelijke boeken gaan dan vaak over jeugdbibliotheekwerk. Zoals de trits Het Idee/Het Kan/Je kunt het  (2010) in de serie Bibliotheken van de 100 talenten  van mijn bevlogen collega’s Rob Bruijnzeels en Nadia Palliser. Jeugdbibliotheekwerk is enorm belangrijk en ongelooflijk leuk, maar heeft niet mijn voorkeur. Jeugdliteratuur  weer wel: nu kijk ik verlekkerd naar het zo juist geleende Wonderland: de wereld van het kinderboek (2003).

Dus teer ik nog steeds op de kennis opgedaan in die drie academiejaren. Aangevuld, dat wel, met de geschiedenis van de openbare bibliotheken zoals ik die de afgelopen 50 jaar zelf heb ervaren. Ik vergelijk me op dit punt graag met Harry Mulisch: “Ik bèn de Tweede Wereldoorlog”, stelde hij ooit vast. 

Bibliotheekgeschiedenis

De eerste directeur van de FMA was Gerrit van Riemsdijk, daarvoor directeur van de OBA. Na zijn pensionering schreef hij een driedelige geschiedenis van openbare bibliotheken in Nederland, heel nuttig maar niet erg leesbaar. Wèl onmisbaar voor verdere geschiedschrijving, zoals het tamelijk definitieve werk van oud-FMA docent Paul Schneiders, Nederlandse bibliotheekgeschiedenis (1997). Dit boek is een prestigeuitgave, die niet tot lezen uitnodigt.  Jammer, want  Schneiders was een geestige, precies formulerende docent. Zijn Lezen voor iedereen: geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland  is toegankelijker, maar dateert al weer uit 1990. Kortom, het ideale boek over openbare bibliotheken in Nederland ken ik niet. Het goede nieuws is dat over de geschiedenis van de OBA wèl een leesbaar boek zal verschijnen. Joosje Lakmaker, auteur van het veelgelezen, prachtige Voorbij de Blauwbrug: het verhaal van mijn joodse grootvader (2008), werkt daar nu aan. Als de OBA in februari 2019 haar 100-jarig bestaan viert, is dit boek af en verkrijgbaar.

Keizersgracht

De FMA was gehuisvest in een krakend grachtenpand, op nummer 225-althans daar studeerden de aankomende bibliothecarissen. Naast ons woonde de fenomenale kinderboekenschrijver Paul Biegel, maar daar kwam ik pas in 1985 achter. Aan de overkant zaten de toekomstige uitgevers en boekhandelaren. Al snel had ik door dat die boekhandelaren een roeriger volkje waren dan  wij. Ze waren met veel minder, maar veel actiever. Dat is eigenlijk nog steeds zo. Heeft u wel eens gehoord van het Bibliotheekbal?  “Ik bedoel maar”, om met Kaatje Kater, onvergetelijk personage uit Het Bureau, J.J.Voskuil, te spreken. Het Bureau wordt trouwens grotendeels bevolkt door bibliothecarissen, documentalisten, archivarissen van de meest ingetogen soort.  Feestjes zijn voor de hoofdpersoon, Maarten Koning, werkelijk een verschrikking en komen dan ook nauwelijks voor.

Ontsluiting

Gelukkig waren er ook heel levendige studenten. Daarnaast vond ik de opleiding ongelooflijk boeiend. Natuurlijk, de echte bibliotheekvakken, dat was doorzetten: annoteren, refereren, catalogiseren, alfabetiseren, titelbeschrijven en het intrigerende theorie van de ontsluiting. Nee, dat heeft niets met verloskunde te maken. Maar de algemene cultuurwetenschappen en de lessen over literatuur uit alle windstreken, zorgden voor de ware kennis. Eigenlijk leerden we wat later in het Nieuw Cultureel Woordenboek stond. Dat is meer dan genoeg. 

Overladen met  kennis begon ik juli 1973 naar mijn eerste (en naar later zou blijken: enige) werkgever: de Openbare Leeszaal en Bibliotheek Amsterdam, nu verworden tot de OBA. Filiaal Bijlmermeer, een benauwde ruimte op het uit noodgebouwen opgetrokken Bijlmerplein werd mijn eerste werkplek. Het begin van een onvergetelijke tijd.

Leo Willemse, nog even bibliothecaris bij de OBA.