Boekenblog; Hans Tentije Alles is er en nog veel meer

Gepubliceerd op: 14 september 2017 13:36

Het toeval is een lezer met te veel interesses soms goedgezind. Ik ben zo’n lezer. Afgezien van boeken over koken, tuinieren, auto’s, management, computers en knutselen vind ik vrijwel elk boek op zijn minst interessant. Natuurlijk heb ik leesafwijkingen: (bijna) vergeten Nederlandstalige auteurs, boeken over boeken en bibliotheken, sportboeken, strips voor 1980, popmuziek, reisverhalen en sinds een jaar of twintig, poëzie.

Ik voldoe helemaal aan wat mijn literaire leermeester Kees Fens op de bibliotheekacademie al vertelde: “Als je jong bent moet je dikke romans lezen, vol levensvragen, vooral de grote Russen; daarna, bij het ouder worden val je terug op gedichten.”

Begrijpen? Openstaan!

Nu is het lezen van poëzie, hoe zal ik het zeggen, iets wat je wel een beetje moet leren. Je  moet af van het idee dat je gedichten meteen moet begrijpen, zoals je de trouwens vaak heel fraaie gedichten van Toon Hermans meteen begrijpt. Heb je dat achter je gelaten, dan kun je leren openstaan voor de taal, de vaak afwijkende manier van opschrijven. Soms moet je ook doorzetten. Dat lukt bij de ene dichter beter dan bij de andere. Een van die dichters die bij mij meteen aansloeg was Hans Tentije. Vaag herinnerde ik me zijn debuutbundel Alles is er (1975). Uiteraard via de bibliotheek, waar ik toen krap twee jaar werkte. Ik maakte toen  kennis met zoveel nieuwe auteurs, dat ik zelfs een korte leesimpasse opliep, vandaar dat vage onthouden. 

Veertig jaar later (!) vond ik in een minibieb, zo’n kastje langs de weg met afgedankte boeken, dat ik toch altijd inspecteer, Wat het licht doet uit 2003. Kijk, Grisham, Verhoef, Francine Oomen, Carry Slee en Michel van Egmond liggen altijd in die kastjes, maar gedichten nou weer niet. Ik las de dikke bundel  in april en genoot ervan. Wat een heerlijke gedichten! Niks tien woorden die dan een gedicht zijn en je met een puzzel achterlaten, maar breed uitwaaierende , verhalende gedichten vol landschappen, stranden, reisbeschrijvingen, bespiegelingen over schilderijen, oversausd met een waas van melancholie: want wat eens was, komt nooit meer of totaal anders bij je terug. Ik geef het maar weer hoe de gedichten op mij overkwamen.

Een slingerende weg en haarspeldscherpe
lussen tillen langs brokkelige, overgroende weringen
het tufstenen plateau hoger en hoger,tot voor de poorten
van een later in de middag weer ontwaakte stad
/ (Uit: Orvieto)

Simpel gezegd: Je ziet het voor je!

Mooie titels!

Hierna  las ik uit de enorme poëziecollectie van de OBA, want echt, als de OBA ergens heel erg goed in is, dan is het poëzie, Verloren speelgoed, al even fraai. Zodat ik op Gedichtendag 2017 mezelf Tentije’s laatste bundel Om en nabij cadeau deed. Meesterlijk. Mooie titels trouwens, naast genoemde , ook bijvoorbeeld Van lente en sterfte, Wisselsporen en Als het ware, hoewel ik bij deze titel ook altijd aan Wim T.Schippers moet denken: Barend Servet. En als je bij Tentije nu juist NIET aan iemand moet denken is het Wim T., want bij Tentije zit geen enkele poging tot  humor. Het is allemaal weemoed, voorbijtrekkende wolkenluchten en vergeefsheid. Plus prachtige mijmeringen over verwante auteurs als Cesare PaveseRoland Holst, maar dan zonder de mystiek. In Om en nabij staat een prachtige cyclus ter nagedachtenis aan Bernlef, en dat zegt ook wel wat over Tentije. Liefhebbers van Tentije houden ook van H.C. ten Berge, probeer eens de geweldige Hollandse sermoenen (2008). Verschil: Ten Berge gaat weleens tekeer tegen het verval der tijden, dat doet Tentije niet; hij is meer van de aanvaarding. 

O ja,over toeval gesproken: Hans Tentije krijgt de Constantijn Huygensprijs 2017. Voor het eerst sinds vijf jaar weer eens een dichter. Deze prijs is geregeld een opmaat naar de PC Hooftprijs, dat gold ook voor zijn kameraad Ten Berge (1996 en 2006). Dus wie weet…

Hans Tentije, van harte gefeliciteerd!

Leo Willemse, altijd berustend maar blijvend enthousiast.