Boekenblog; In Bibliotheekwonderland (3)

Gepubliceerd op: 14 april 2017 10:34

Keizersgracht 444, dààr gingen de deuren van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek voor het eerst open, 8 Februari 1919. Al snel kwamen er filialen bij: Amsterdam-Noord, februari en oktober 1923: Meidoornplein en Tuindorp Oostzaan. Nog steeds heeft Amsterdam (samen met Diemen en Ouder -Amstel) meer dan 25 vestigingen. Een rijk bezit.

Slechts één bibliotheek  zit sinds zijn opening op dezelfde plek: Roelof Hartplein, sinds 1937. De bibliotheekgebouwen waar ik werkte bestaan niet meer: Bijlmerplein, Emmastraat, Comeniusstraat, Allebéplein, Hagedoornplein, Waterlandplein, Ankerplaats, Duivendrecht. Ik liet dus een spoor van verwoesting achter. Gelukkig kwamen er meestal veel mooiere vestigingen voor terug…

Naamgeving

Medewerkers spraken nooit over Surinameplein, Nieuwendam of Coöperatiehof. Afkortingen kenmerken bibliotheken en dus spraken wij van SP, ND en CH. Het mooist was dat te horen op de wekelijkse boekbespreking. Daar bestelden we de boeken voor de eigen vestiging. Dat ging op afroep, in volgorde van ouderdom -van filialen dus, niet van medewerker. Als een waterval klaterden de  filiaalcodes voorbij: HPL, TO, RH, CH, SP, IB, tot aan de laatste loot van de obaboom, TV bijvoorbeeld. Tussendoor klonk dan soms “Boooot!”, waarmee de Boekenboot, de unieke jeugdbibliotheek op de Nieuwe Achtergracht, bedoeld werd. 

Boekbesprekingen waren ook sociale bijeenkomsten, waar veel wel en wee over het werk werd uitgewisseld. Vooraf was op de werkplek besproken welke boeken je zou aanschaffen. Iedere dinsdagochtend vond dan de echte beslissing plaats, al dan niet aangestuurd door adjunct-directeur Paul den Hoed. Een geestige man, lettervreter en heerlijk autoritair. Hij was tegelijk “vijand en vriend”. De OBA heeft zijn schitterende collectie aan hem te danken, een beetje door hobbyisme, maar vooral door zijn gedrevenheid. Zijn speeltuin was de FilialenCollectie (FC), vol boeken die te duur, te speciaal voor de filialen waren: romans in “vreemde” talen, kunstboeken en luxe kookboeken. Maandelijks maakte je een keuze uit die collectie, voor je eigen filiaal.. Zo leerde je spelenderwijs  veel bijzondere boeken kennen. Nergens bang voor schafte Paul in 1981 een collectie Engelstalige homoporno aan. Eenmaal uitgeleend, zagen we die boeken nooit meer terug. 

Feministisch Filiaal in Nieuw-West

Ondertussen speelde zich in de Comeniusstraat, in het brave Slotervaart een maatschappelijk drama af: de strijd tussen de klassieke bibliotheekmedewerkers en de maatschappijkritische variant daarvan. Niet dat de klassieke medewerker niet maatschappelijk bewust was, zeker niet, maar er was iets anders aan de hand. Jonge, vers aangeleverde bibliothecarissen vonden dat “de mensen” via boeken bewust moesten worden van hun leefsituatie. Kortom, aanschaf van boeken met een hoog maatschappijkritisch gehalte hadden een streepje voor. Maar dat was vaak een lastige afweging: moest je Konsalik  en Jannetje Visser-Roosendaal (leesvoer)  laten schieten voor Jacq Firmin Vogelaar en Lidy van Marissing (onleesbaar)? Een kookboek minder en een goedbedoeld boekje over vormingswerk meer? Niet de onbedoeld discriminerende Tup en Joep van Henri Arnoldus en wel Kees en Keetje, roldoorbrekende prentenboeken van Jantien Buisman? Het was schipperen en geregeld felle discussie. Doelgroepenonderzoek bestond niet, we moesten het hebben van uitleencijfers, maar ook van “we moeten echt boeken hebben over feminisme, socialisme!” “Ja, maar dan ook over kritiek daarop!” Maar als die nu niet in boekvorm verkrijgbaar was?  Dat was wel tobben hoor! Uiteindelijk kwam het gezond verstand weer bovendrijven, vooral professioneel denken. Dus kochten we drie exemplaren van Jan Rap en zijn Maat, van Yvonne  Keuls, want haar boeken sloegen een brug.

Verplaatsingen

Toen was ik twee intensieve bibliotheekjaren verder en klaar voor een Opwaartse Weg. Om in de bibliotheekwereld vooruit te komen, was teamleider van een filiaal of afdeling worden de meeste geëigende stap. In de jaren ’80 was de spoeling dun, en ik prees mij gelukkig in 1983 hoofd te worden van Overtoomse Veld, de bibliotheek waar ik 1960 met het bibliotheekvirus besmet raakte. Kon ik weten dat minister Elco Brinkman het openbaar bibliotheekwerk een slag wilde toebrengen? Voor ik het wist moest ik mijn medewerkers vertellen dat OD dichtging. Maar eerst, uniek in Bibliotheekwonderland, protesteerden we in Paradiso, organiseerden we een korte staking, en vervolgens zetten we ons aan het Reddingsplan voor de OBA. Zeven vestigingen sloten hun deuren, maar niemand werd ontslagen. Een knappe prestatie van directeur Wim de la Court. Ik werd overgeplaatst naar Noord, Hagedoornplein, in de wonderschone Ritakerk, juni 1985. Ik kon gaan opbouwen in plaats van afbreken.

Leo Willemse
, bibliothecaris bij de OBA 1973-2017