Boekenblog; In Onooglijk Bibliotheekwonderland (2):Lennart Kollberg

Gepubliceerd op: 7 april 2017 10:20

Najaar 1973, mijn eerste werkplek: het onooglijke filiaaltje Bijlmerplein. Mijn leidinggevende en latere maatstaf voor mijn opvatting over goed openbaar bibliotheekwerk, Rie Felius, wachtte vol ongeduld op een nieuw deel van de misdaadromans van Sjowall & Wahloo. Nu leerde ik wat een boekenhype was. Begin jaren ’70 verschenen de eerste vertalingen in onooglijke pocketboeken. Misdaad was nog niet literair, dus het mocht niet teveel kosten. Dat Dick Bruna bij Simenon, Leslie Charteris en Havank briljante omslagen verzorgde, was mooi meegenomen.

Maatschappijkritisch

Gestimuleerd door Rie, met wie ik ook maandelijks de astrologierubriek van het trendy blad Avenue doornam, begon ik aan of De Brandweerauto die verdween of De lachende politieman. Het zijn hoogtepunten in een uit louter hoogtepunten bestaande serie over Martin Beck, Lennart Kollberg en Gunvald Larsson. Kollberg, een intellectuele levensgenieter, was mijn held. Ook omdat hij tobde over zijn rol als politieman. Voor de auteurs stond vast dat de politie zich ontwikkelde in een foute, onderdrukkende richting. Uiteindelijk nam Kollberg ontslag en werd een soort bibliothecaris, geweldig.

Deze uitermate maatschappijkritische  verhalen zetten een standaard voor huidige grote namen als Wallander, Nesbo, Marklund en talloze andere Scandinavische misdaadauteurs. De wachttijd voor de boeken van S & J was lang, veel te lang gemeten naar de huidige maatstaven, maar geld voor extra exemplaren was er nog niet. Het boekenbudget was, zo heette dat,  de sluitpost van de begroting

Zonder maatschappijkritisch te zijn telde je in de jaren ’70 niet mee. Daarom opende de OBA in 1974 het Actueel Documentatie- en Informatie Centrum. Alle niet eenvoudig te vinden pamfletten,opstandige blaadjes, witboeken en andere informele lectuur moesten daar te vinden zijn. De sfeerloze, rommelige ruimte vond ik nog onooglijker dan mijn werkplek in de Bijlmer. Kortom:mij zag je niet in het goedbedoelde ADIC al had ik een grote maatschappijkritische baard. In de Bijlmerbibliotheek kwamen tenminste heel veel mensen, jong, oud, allemaal nieuwe, vaak idealistische bewoners van de uit het veenmoeras opgebouwde Bijlmermeer, plus de eerste Surinamers, vers aangevlogen. Makkelijk? Niet altijd, maar moeilijk? Nee, dat kwam pas na de verhuizing naar Ganzenhoef. Tijdsbeeld: het meest gevraagde boek was toen Christiane F., het verslag van een drugsverslaafd meisje.

Naar Zuid, Op Stand

Na twee prachtige Bijlmerjaren werd ik jeugdbibliothecaris in de Emmastraat. Een filiaal, tja, het is zonde dat ik het zeg, maar ook dat was onooglijk. U wordt met de huidige bibliotheekpaleizen maar verwend hoor. Een woning met een voor -en achtertuin (met een perenboom), een erker, gezellig, maar zo slecht onderhouden, zo krap. Voor Boekje Open, ons opstandige, in vrije tijd samengestelde en –repressieve tolerantie!- door de OBA gedrukte personeelsblad maakte ik een fotoreportage. In de volwassenenafdeling kon je niet naast elkaar lopen. Bestond  de keuken in de Bijlmer uit een kookplaatje voor de fluitketel, in de keuken van Emmastraat waande ik mij in een uitgewoond krakersbolwerk. De kelder,levensgevaarlijk vanwege de geringe stahoogte en ijzeren balken, was aantrekkelijk vanwege de honderden afgeschreven boeken. We mochten ze niet verkopen, dus gaf ik vrij baan aan vrienden die ze graag kwamen uitzoeken. Zelf nam ik talloze Vestdijkromans mee, het begin van een levenslange liefde.

Al lag de Emmastraat in de welgestelde Concertgebouwbuurt, een groot deel van het publiek kwam uit de Stadionbuurt, en dat gaf een heerlijke mix. Problemen hadden we hoogstens met hoogopgeleide weteniets (om met Marten Toonder’s Professor Prlwytzkofsky te spreken), die uit principe  moeilijk bleven doen over twee dubbeltjes boete, maar dat is normaal. Leuk was dat er wel eens  (redelijk) bekende Nederlanders kwamen: de zoon van oud-premier Gerbrandy (eveneens met walrussnor!), toneelcriticus Bottenheim, mijn oud-leraar geschiedenis en televisiekijker voor de Groene Amsterdammer, Walter van der Kooi, actrice Teddy Schaank (ex-vrouw van Ko van Dijk, maar welke actrice was dat niet), Vrij Nederlandredactrice Aukje Holtrop (ach lees toch die meesterlijke biografie over Nynke van Hichtum!) en de schrijver Hans Vervoort -ach lees toch àl zijn boeken! 

Het waren vijf heerlijke jaren in de Emmastraat. In mijn pauze spoedde ik mij voor mijn wekelijkse traktatie, een broodje halfom, naar een chique kaaswinkeltje. Daar leerde ik weer wat rijkdom mensen kan aandoen. Een man voor mij, duidelijk nog nooit boodschappen gedaan, kwam voor een potje honing, toen behoorlijk bijzonder. “Heidehoning zeker, mijnheer”, slijmde Kruidenier Grootgrut. Zonder enig benul nam de man natuurlijk de allerduurste soort, à raison van fl7.95. Hier moest ik weg en ik maakte mij op voor Amsterdam-West, de Comeniusstraat, waar een feministisch filiaal in aanbouw was.

Leo Willemse, nog heel even in dienst bij de OBA. Maar hij blijft bloggen!