Boekenblog; Literatuur uit Limburg (NL)

Gepubliceerd op: 9 juni 2017 10:16

In 1867 werd “Limburg ingelijfd als Nederlandse provincie”(Volkskrant Magazine, 6 mei). Ingelijfd! Dat klinkt nogal onvrijwillig. Het Magazine gaat helemaal over het zogenaamde wormvormig aanhangsel van Nederland.

Alle clichés over het gouvernement staan er in, gelukkig met een serieuze ondertoon, zeker in het indringende gesprek met Marcia Luyten. Haar boek Het geluk van Limburg (2015) riep veel herkenning op. Gaat het Magazine ook over Limburgse schrijvers? Lees verder!

Gebrook

Persoonlijke omstandigheden brengen me nu al meer dan 30 jaar geregeld naar Hoensbroek (Limburgers zeggen Gebrook), meestal per auto. Voor het landschap hoef je die rit niet te maken, alleen het uitzicht vanaf de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel vind ik nog de moeite waard. Daar denk ik dan aan Nijhoff’s beroemde gedicht De moeder de vrouw: “Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Ik zag de nieuwe brug ( )”.

Hoensbroek heeft een mooi kasteel waar de Amsterdamse schrijver Bertus Aafjes (1914-1993) lange tijd woonde. Hier schreef hij zijn romans,gedichte, detectives (Rechter Ooka!) en kinderboeken. Zijn stukken over Limburg verschenen in het wat clichématige Limburg dierbaar oord, (1976). Lees liever In de Nederlanden daar zingt de tijd, waarin hij Amsterdam vanaf de Amstel binnenvaart, bijna zoals Jezus’ triomftocht in Jeruzalem. Vanuit Hoensbroek ben je snel in het befaamde heuvelgebied, waar het prachtig wandelen of fietsen is. Ik kom daar letterlijk op adem. Dat konden de mijnwerkers uit die streek niet zeggen. Tot 1975 daalden duizenden van hen af in de diepten van de mijnen om later thuis vaak met kapotte longen hun pijnlijke dood af te wachten. Mijnwerkerszoon Wiel Kusters schreef hier over in gedichten (De leermijn bijvoorbeeld) en beschouwingen als Versteende wouden (met Jos Perry,1999). Lees vooral het autobiografische In en onder het dorp (2012). Ontroerend zijn de gedichten bij foto’s van de laatste dag van de mijnwerkers, eind 1974 in Koempel, adieë!  (2005), zoals:  laat ik hem zakken/haal ik hem op?/we zijn met z’n allen/door de grond/gezakt/maar we blijven/lachen

Gemis

Uiteraard ontbreekt Kusters in het Magazine. Evenals als een tamelijk lange rij uitstekende, nog levende Limburgse schrijvers. De dode vermeld ik onderaan. Plaatsgebrek? In het Profiel Wie is wie uit Limburg voert de nota bene in Echt geboren Willem Vissers bij Literatuur alleen Connie Palmen op. Volkomen terecht,maar geen auteur bij wie Limburg een grote rol speelt. De Vriendschap  is  haar meest “Limburgse” boek. 

Ik denk dat Ton van Reen, Jacques Vriens, Leon Verdonschot, Paul van Loon, Huub Beurskens en A.H.J.Dautzenberg zich na lezing van dit Magazine verbijsterd de ogen hebben uitgeveegd. Zelfs hun nààm ontbreekt. Nu kijken kinderboekenschrijvers Vriens en van Loon daar niet vreemd van op, want kinderboeken en landelijke dagbladen, dat is sinds jaren een ontbonden huwelijk. Ik schreef al eerder over Dautzenberg, Verdonschot ken ik slechts van zijn muziekstukken, Beurskens heb ik stom genoeg nooit gelezen. Kinderboeken laat ik over aan mijn ex-collega Deborah. (Ik bewonder Vriens en van Loon! De Meester Jaap-boeken las ik graag voor, en ik genoot van het heerlijk ironische Meester Kikker. Juffrouw Stork was toch Kikkers vijand? Dat bedoel ik! Humor met een volwassen knipoog.) Blijft over Ton van Reen.

Alleskunner

Ton van Reen: genre: jeugd. (Wikipedia) Ook daar dat beperkte denken, want Ton van Reen (1941)  is nog veel meer dan jeugdboekenauteur. Gedichten, romans, reisverhalen, hoorspelen. Ex-uitgever (Corrie Zelen), kenner van het leven van de Bokkerijders èn Limburgse kabouters. Ik ken vooral zijn Limburgse romans als Het Winterjaar, Roomse meisjes en Thuiskomst. Wie van Jan Wolkers houdt, van Jan Siebelink en Maarten ’t Hart, moet Ton van Reen lezen. Met warmte en groot invoelingsvermogen beschrijft hij het katholieke leven van de jaren ‘50/’60 in zijn bijna geboortestreek Panningen. Een ander hoogtepunt is Gestolen jeugd (2001), het levensverhaal van Lei Steeghs en zijn zus Door. In de Tweede Wereldoorlog moet de 15-jarige Steeghs als dwangarbeider in Duitsland werken. Door maakt de bevrijding geheel anders mee dan ze had gehoopt. In afwisselende taferelen vertelt van Reen hoe het leven van broer en zus zich ontwikkelt. Juist de ingehoudenheid  van de vertelling maken de belevenissen van broer en zus zo indringend. Daarnaast is het boek een nuchtere, plastische, weergave van het boerenleven voor en tijdens  de oorlog in Midden-Limburg. Een parel in het toch al bijzondere oeuvre van Ton van Reen.

Niet genoemd...

...en zeer de moeite waard (al heb ik hen natuurlijk te weinig gelezen): Manuel Kneepkens, Leo Herberghs, Cyrille Offermans. Evenals Pé Hawinkels, Hans van de Waarsenburg, Pierre Kemp, Jan Hanlo, overleden, maar niet vergeten. De Nederlandse, Duitse en Limburgse literatuur is begonnen met Henric van Veldeke, dus er is geen enkele reden is om zoveel Limburgse auteurs niet te noemen. De Volkskrant liet daar toch Echt wel wat liggen.

Leo Willemse, Boekblogger voor de OBA sinds 2009.