Boekenblog; Nee! Kees ’t Hart en Hans Dagelet in de OBA

Gepubliceerd op: 28 april 2017 10:38

Ik wist niet dat ik al sinds 1971 naar de vertrouwde verschijning van acteur Hans Dagelet kijk. Hij debuteerde in de fenomenale toneelbewerking van Kees de Jongen, van de onderschatte schrijver Gerben Hellinga.* Nu is me ontgaan dat hij al drie jaar een groot kijkerspubliek aan zich gebonden heeft met zijn rol in de Familie Kruys. Als verstokt boekenlezer, muziekluisteraar mis je dingen die iedereen kent.

Dagelet is een multi -talent.  Acteur, muzikant, hij speelt, vrij naar Piet Paaltjens*, “niet  onverdienstelijk” de trompet, schrijft (De Man met de vier ogen) en is ook beeldend kunstenaar. Maar het meest van dit alles is hij toch acteur. Omdat hij ook over een ondoorgrondelijke humor beschikt weet je vaak niet of hij acteert of “echt” is. 

Nee!

Dat is bij zijn vriend en hoofdgast  Kees ’t Hart eigenlijk ook zo, alleen doet hij dat  in een al flinke serie romans, verhalen, essays en gedichten. Ik ken er veel te weinig: een voortreffelijke verhalenbundel, Engelvisje  (2010) en zijn gedichten Ik weet nu alles weer (2012). Als verstokt kijker naar talloze misdaadseries  waarin Hans Dagelet meespeelt, Russen bijvoorbeeld, mis ik veel boeken die iedereen zou moeten lezen.

In de literaire OBA-serie Boek & Spelen sprak Margot Dijkgraaf met beide vrienden. We werden daarbij onthaald op het meesterlijke altvioolspel van Dagelet’s partner, Esther Apituley. Haar interpretatie van Bach’s Chaconne zorgde voor het grootste applaus van de avond. Bezoek haar theatervoorstelling Bach en Bleekwater 5 mei, Bellevue, Amsterdam. Wat heeft het leven toch veel moois te bieden, al moest ik me dat afgelopen week bij het lezen van Kikker gaat fietsen! Over het leed dat leven heet (2008), de uiteenrafeling van zijn depressie, door Maarten van Buuren, wel goed voor ogen houden.

De vrienden spraken, aangemoedigd door Margot over overlast, ironie, helden, en “iets terug doen”. Boeken en toneelstukken die daarbij een rol spelen zijn ’t Hart’s laatste roman, Wederzijds en een bewerking uit de jaren ’90 van zijn  verhaal Vitrines met Dagelet in een hoofdrol. Met een cassetterecorder als hulpmiddel genoten we bijna 10 minuten van een totaal uit de hand lopend verhaal. Dagelet kroop zowat in het apparaat. Hij kwam met moeite tot bezinning. Dat weerhield hem niet van een bezielde opvoering van het gedicht Nee, van Kees natuurlijk, samen met klanktovenaar Jan van Eerd,  omlijst met een machtigmooie  trompetsolo.

Nee tegen de briefkaart
Nee tegen de uitwedstrijd
Nee tegen de woordspeling
Nee tegen het behang


19 coupletten later eindigt deze heerlijke onzin met:

Nee tegen huishoudgeld
Nee tegen de lupine
Nee tegen de spijker
Nee tegen de komma

Gedichten  onbegrijpelijk? Wat een flauwekul! 

Kees ’t Hart, men ziet hem als een postmoderne schrijver, maar wat dat is weet ik niet. Hij houdt niet van ironie, maar zijn proza brengt je wel aan het lachen. Nu hoeven ironie en humor niet samen te gaan, maar meestal gebeurt dat wel, kijkt u maar naar Simon Vestdijk. En juist met Vestdijk voelt ’t Hart zich verwant (en zeker niet met achternaamgenoot Maarten). Het maakt nieuwsgierig naar zijn roman De keizer en de astroloog, waar de duivelskunstenaar uit Doorn tijdens het schrijven voortdurend over Kees’ schouder meekeek.

Verkleedpartij

Genoeg? Nee, de afsluiting kwam met een verkleedpartij. Kees in de kleren van Hans, en Hans in die van Kees (alleen de sokken waren aan dezelfde voeten blijven zitten). Ze interviewden elkaar in hun nieuwe gedaante. Ze hadden zich voorgenomen alle clichévragen van radio- en televisiejournalisten aan elkaar te stellen. Die vragen hoort u zo vaak dat ik ze niet hoef op te schrijven. Door de omkering kregen hun antwoorden een heel grappige invulling. Of het ironisch was? Ik vond van wel. Hoe zou Kees ’t Hart daarover oordelen? Literatuur hoogdravend? Toneelkunst elitair? Klassieke muziek moeilijk? Ongetwijfeld, maar met deze drie toppers ervaar je dat beslist niet. Dat is echte kunst.

Leo Willemse, op zijn laatste werkdag bij de OBA, 20 april 2017




* Wij van de OBA onderschatten Gerben Hellinga zeker niet. Al in 1992 sprak hij in Bibliotheek Hagedoornplein met Thomas Ross en Martin Koomen op de avond "Moord in Noord' over Nederlandse misdaadromans. Zij waagden de sprong over het IJ en sindsdien is Noord een vast onderdeel in alle misdaadtelevisieseries. Hellinga schreef een van de allerbeste Nederlandstalige thrillers, Merg en Been, die zich afspeelt in het Amsterdamse heroïnemilieu van de jaren ‘80.
Piet Paaltjens, pseudoniem van ds. Francois HaVerSchmidt, schreef in de 19e eeuw geestige, melancholieke gedichten, waarvan Hoor ik op Sempre een waldhoorn mijn favoriet is.

Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En -- ik weet zelf niet waarom.

Vraagt een der werkende lieden:
'Hoe kan een Turkse trom
Of een waldhoorn u zo roeren?'--
Dan weet ik zelf niet waarom

Is 't wijl in beetre dagen
Een vriend de Turkse trom
Niet onverdienstlijk bespeelde?
Ach, ik weet zelf niet waarom --