Boekenblog; Toon Hermans (1916-2000): “Artiest van de (20e) eeuw”

Gepubliceerd op: 9 december 2016 14:28

Op 17 december is het 100 jaar geleden dat Toon Hermans in Sittard werd geboren. Zou er één Nederlander zijn die de mensen in de vorige eeuw méér heeft laten lachen? Zijn naamsbekendheid evenaarde tussen 1960-2000 die van Koningin Juliana, Mies Bouwman en overtrof die van iedere andere landgenoot. Carré, toen zo’n beetje het grootste en meest prestigieuze theater, kon hem ongezien 6-8 weken boeken, de zaal zat altijd vol.

Hermans was de absolute superster. Als hij op televisie verscheen, hoogstens 1x per 2 jaar, was het echt stil op straat. Het was niet meer dan logisch dat hij na zijn dood tot Artiest van de eeuw werd uitgeroepen.

“Nooit van gehoord”

Ben je van 1990 en later, dan vind je Toon helemaal niks. Een in een veel te net pak geklede, traag pratende man, met  flauwe, opgelegde grapjes en slappe, zon en ballon ophemelende liedjes. Zo’n 24 rozen, nog steeds in de Top2000, dat zemelt maar door.  Elk jaar wéér die Snieklaasconference .  OK, die gedichten, die hebben wel wat met hun levensfilosofietjes, maar voor de rest: “Pap, dat jij en Opa uit jullie stoelen rolden van het lachen, hoe kon dat nou?” Een vent die maar kletst over zijn vakantie in een niemandalletje en besmuikt lacht over uitschuiftafeldames!  En dan kennen ze Toon tenminste nog! De rest heeft net als Bemelmans, Jack Bemelmans  in Duif is dood nog nooit van de Limburgse ritselman gehoord. 

Gezien, gehoord, geluisterd, gelezen

Uiteraard zit Toon Hermans in mijn genen. In 1964 liep onze zojuist aangeschafte bandrecorder mee met de televisieshow, microfoon voor de teevee. Eindeloos afgespeeld, al was het maar om onze parkieten nog eens terug te horen. Te ontdekken dat een langspeelplaat lang zo volledig niet was als mijn bandopname. Gelukkig had ik dat gedeelte over Andaluusije wèl. Ik genoot keer op keer van de liedjes, de conferences, hoe hij het publiek bespeelde. Hoe hij zogenaamd over “dingetje” bijna kon struikelen  en daar eindeloos over door meierde. Hoe hij stiltes liet vallen, omdat hij zijn tennisracket vergeten was en duvelstoejager “Johnny” erop uitstuurde  het “even” te halen. Hoe hij in De piano van Bonmama (wat was dat nou weer?) Antonius van Padua-nog nooit van gehoord- liet rijmen op abrikozenvla- toen nog onbekend in Amsterdam-West. Heerlijke woordgrapjes: hij begreep niet dat een man mooie benen niet mooi mocht vinden? Laatst zag hij nog een paar mooie benen, in Den Haag, op de Korte Poten-zonder kennis van topografie en Monopoly was deze niet te volgen. Maar moeite had ik met zijn zogenaamde bescheidenheid over zijn gedichten, zijn versjes. De hele show deed hij uit zijn hoofd, maar die gedichtjes.., daar had hij een boekje bij nodig. Gewoon doen ging hem veel beter af, dan zou een liefdesgedicht veel meer indruk maken, net zoveel als: 

Twee fietsen lagen in het gras,

hun stangen omhelsden elkaar.

Even verder op lag het vrijende paar.

Een agent kwam langs, maar hij liet ze

Hij dacht: “Dat zijn zeker die twee van die fietsen.”

Hermans was natuurlijk een echte vakman, een geweldige clown. Maar zoals elke clown had hij ook “last” van diepzinnigheid. Die kwam er uit in filosofische overpeinzingen, bon mots, gebeden, versjes. Daar zag men wel brood in, en zo verschenen in de jaren ‘70/’80 een schier eindeloze reeks boeken. Ik wilde er niet aan, al die levenswijsheden, vaak voorzien van leuke tekeningen. Het was me te quasidiepzinnig. Nu vind ik ze veel aardiger dan toen. Vandaag is de dag (1984) bijvoorbeeld, met al die fijne Toontekeningen erbij. Want dat kon hij ook (vind ik) schilderen.  Ook mooi: Kolderversjes een speciaal Gouden Boekje  met daarin het verrukkelijke Nottebelle Margarinata-ideaal om een kind taalgevoel bij te brengen. 

Nieuwe uitgaven, opnames

De komende weken is biograaf, cabaretkenner par excellence en radiopresentator Jacques Klöters op pad om over Toon te vertellen, maar ook over zijn laatste boek: “Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen”. Het lijkt onvoorstelbaar dat zijn prachtige biografie, Toon (2010) in de ramsj kwam. Artiestenbiografieën zijn vrijwel nooit kassuccessen. In dit gedenkjaar zijn er gelukkig weer een aantal nieuwe Toonboeken verschenen: vanzelfsprekend compilaties van vroeger werk. Dat verdient deze artiest van de eeuw. Iemand die mij in 1962 in 7 razende minuten liet kennismaken met bijna alle muziekgenres –luister naar  het fenomenale De Slinger van de Koffergrammofoon-  blijf ik mijn leven lang dankbaar.


Even voorstellen: blogger en bibliothecaris Leo Willemse

Leo Willemse, 64 jaar, geboren en getogen in Amsterdam-Noord. Ik werk vanaf 1973 in talloze functies bij de OBA. Tot 2006 werkte ik in heel veel vestigingen en nu werk ik vast op de Centrale OBA. Twintig uur per week sta ik op een publieksafdeling. Sinds 2009 schrijf ik bijna wekelijks een boekenblog en ik praat geregeld over boeken en muziek bij Radio AmsterdamFM. Daarnaast organiseer ik maandelijks een bijeenkomst voor OBA-medewerkers over belangrijke ontwikkelingen in de bibliotheek. Ik lees ongeveer 100 boeken per jaar: literatuur, geschiedenis, natuur, Amsterdam, sport, jeugdboeken, strips. De bibliotheek inspireert me  tot nog meer lezen, luisteren, kijken...Het resultaat van meer dan 60 jaar lezen vindt u terug in mijn Boekenblog!

Leo Willemse