Boekenblog; Vriendschap: Snikken en grimlachjes

Gepubliceerd op: 21 september 2017 21:33

Hem, die mij grof beledigt,/Mij overlaadt met schand/En openlijk mij belastert,/hem reik ik de broederhand.//Maar die mij voorkomend bejegent,/Die mij aan zich verplicht/En zich mijn vriend durft noemen,/Dien spuw ik in ’t gezicht. Piet Paaltjens, 1852.

Dit gedicht, samen met bijvoorbeeld “Hoor ik op Sempre een waldhoorn/of ook wel een Turksche trom”, en “Wel menigmaal zei de melkboer/Des morgens tot haar meid:” behoort tot mijn favoriete poëzie. Ze staan in de bundel Snikken en grimlachjes (1867). Piet Paaltjens, pseudoniem van François Haverschmidt (1835-1894), schreef deze gedichten als student theologie te Leiden. Later, eenmaal dominee hield hij er een minder ironisch - melancholiek wereldbeeld op na. Het resulteerde zelfs in zelfmoord, 19 januari 1894, waarmee zijn aan de 2e druk van Snikken toegevoegde De Zelfmoordenaar werkelijkheid werd. Rob Nieuwenhuys, òòk biograaf van de Nederlands -Indische literatuur, beschrijft het tragische leven van Haverschmidt in De dominee en zijn worgengel (1964).

Immortellen

Het “hem die mij grof beledigt”-gedicht houdt mij al sinds de kennismaking ermee, middelbare school, 1969, bezig. Het is heerlijk ironisch, en tegelijk zo serieus. Ik viel er mijn echtgenote mee lastig tijdens de avondmaaltijd. Haar reactie: bedoeld wordt dat je meer hebt aan een vriend hebt die je de soms onaangename waarheid vertelt, dan aan iemand die dat verzwijgt. Ze heeft helemaal gelijk. Ik had altijd aangenomen dat Paaltjens in zijn ironie het tegenovergestelde bedoelde (als u mij nog kunt volgen). Vriendschap zat Haverschmidt hoog, want de volgende Immortelle, begint als volgt :“O spreek mij niet ven liefde,/van vriendschap en van trouw”. Ach, tobben over vriendschap past bij die levensfase, Haverschmidt was een twintiger, en is van alle tijden. Zo lees ik in De liefde niet, de prachtige coming of age roman van Margriet van der Linden, (2015): “Ik denk dat vriendschappen die ontstaan, tussen vrouwen, maar ook mannen, in het begin kunnen voelen als verliefdheid.”(p. 324), overigens gevolgd door : “‘s Nachts hoorde ze Janneke overgeven.” Ik herinnerde me ook Freek de Jonge over zijn toenmalige cabaretpartner Bram Vermeulen, “Het enige dat Bram en ik niet samen doen is met elkaar naar bed gaan.” 

Vriendschap bij nader inzien

Een fantastisch thema dus, vriendschap. Onoverzienbaar, want het aantal romans en verhalen met vriendschap als thema, aanwezig in de OBA catalogus gaat de 350 te boven. Natuurlijk staat  De Vriendschap van Connie Palmen erbij, heb ik nog steeds niet gelezen. Mijn eerste associatie bij vriendschap en literatuur is de vrijwel onvoorwaardelijke vriendschap tussen Eddy du Perron en Menno ter Braak, zoals die uit hun Briefwisseling 1930-1940 (4 geweldige delen) bleek. Zo moest vriendschap zijn, vond ik (en mijn beste vrienden ook). Ja, dan is teleurstelling natuurlijk dichtbij en hoort bij de eerder genoemde levensfase. Dat maakt de ervaring niet minder hard overigens. Die teleurstelling kreeg voor mij nergens beter gestalte in Bij nader inzien van J.J.Voskuil, en Voskuil was natuurlijk niet voor niets een groot liefhebber van Du Perron.

Ik verscheurde je foto…

Kees Buddingh’ was ook zo’n bewonderaar van deze twee mannen die de Nederlandse literatuur tot diep in de jaren ’60 bepaalden. Vriendschap was voor hem een levensvoorwaarde, naast -dat dan weer wel- een gelukkig gezinsleven. In zijn heerlijke  Dagboeknotities(1967-1985)  prijst hij zich geregeld gelukkig zoveel vrienden te hebben. Hij bedenkt het aforisme  Een vriend is iemand die het beter met je meent dan jijzelf. Des te harder is de klap als hij zich door “Gerard” (Stigter=K.Schippers) verraden voelt wanneer deze plaatsing van een gemene recensie door Boudewijn Büch van Buddingh’s onroerende dichtbundel  Het houdt op met zachtjes regenen in “hun” tijdschrift Hollands Diep, niet tegenhoudt.  In tranen, beneveld door het ledigen van een fles whisky verscheurt Buddingh’ een foto van Schippers. Of Koos Alberts hier zijn onsterfelijke lied op baseerde is mij onbekend. (Het komt later wel weer goed, ook een mooi vriendschapsthema)

Surrogaten voor een vriendschap

Voor ik dit exposé over vriendschap en literatuur afsluit met Simon Vestdijk, eerst nog een typische catalogusbeschrijving van zomaar een roman over vriendschap. Nou zomaar, het is er wel een van Ton van Reen, Het diepste blauw (2004) : Enkele traumatische gebeurtenissen rukken drie jeugdvrienden uiteen. Zo gaan bibliothecarissen om met diepgevoelde gebeurtenissen! 

De geschiedenis van een vriendschap was de ondertitel van Vestdijks roman Surrogaten voor Murk Tuinstra (1948). In de Victor Slingelandt- trilogie pakte hij het vriendschapsthema nog grondiger aan. Martin Hartkamp, Maatstaf 4/5, 1971:  De trilogie draait om een jeugdvriend,want “wie moet men anders idealiseren, wanneer het de jeugdvrienden niet mogen zijn? Zij alleen tellen in het leven, hen blijft men trouw, hun is de pen gewijd.” (Uit: Het glinsterend pantser).

Maar alleen als die vrienden trouw zijn aan Haverschmidt’s Immortelle LXXXIII, Hem die mij grof beledigt!


Leo Willemse, geboren en getogen in Amsterdam-Noord, werkte vanaf 1973 in talloze functies bij de OBA. Hij geniet momenteel van zijn pensioen, maar schrijft gelukkig nog met regelmaat blogs voor de OBA. Hij leest ongeveer 100 boeken per jaar, van literatuur tot strips. Het resultaat van meer dan 60 jaar lezen vind je terug in zijn Boekenblog.