Guus Kuijer 75 jaar: Het gat in de grens is dicht

Gepubliceerd op: 4 augustus 2017 11:34

In 1972, toen romans en verhalen van debuterende Nederlandse schrijvers nog geregeld in een wijkbibliotheek te vinden waren, stuitte ik in filiaal Overtoomse Veld op Rose, met vrome wimpers van Guus Kuijer.

Wat zouden dat zijn, vrome wimpers? Men omschreef  Kuijer’s debuut als “een koele Wolkers”. Meestal is dat een verwijzing naar een gereformeerde achtergrond. Kuijer: “Ik ben grootgebracht met de bijbel, maar vanaf mijn tiende jaar drong het tot me door dat ik niet geloofde.”( De bijbel voor ongelovigen; Het begin: Genesis, 2012). 

Keuze

Hoe het ook, ik zette door –als ik ergens een doorzetter in ben, is het met lezen- en las Het dochtertje van de wasvrouw en De man met de hamer. Prima boeken, in mijn verre herinnering, dus een volgende Kuijer zou ik zeker lezen. Komt de man met een kinderboek! Een gat in de grens (1975). In schrijversland betekende dat toen en misschien nog, dat je gefaald hebt. Je verkoopt niet, probeer het dan als kinderboekenauteur. Slechts de allergrootsten, toen Annie M.G.Schmidt, Paul Biegel, Tonke Dragt, An Rutgers van der Loeff en Miep Diekmann, kregen echte waardering voor hun jeugdboeken.

Dus Kuijer gaf het “echte schrijven” op. Maar zo was het niet, integendeel. Een gat in de grens was een jeugdboek met alle ingrediënten van een roman. Ja, de hoofdrolspelers waren kinderen, en die beleefden een avontuur zoals De Vijf van Enid Blyton ook beleven, maar dan zo goed ingeleefd en geschreven, zonder moraliserend of kinderlijk toontje. Voor mij viel de grens tussen volwassen- en kinderboeken totaal weg. (Ineens krijgt de titel een symbolische lading.) Ook hier: waar het verhaal over gaat, ben ik na 42 jaar vergeten.

In hetzelfde jaar verschijnt  Met de poppen gooien, wat het eerste boek over Madelief blijkt te zijn. De Gouden Griffel die hij hiervoor ontvangt is een opmaat naar de reputatie van beste Nederlandse kinderboekenschrijver van zijn tijd. De Madeliefboeken zijn tamelijk lief, maar in de beste Nederlandse traditie niet zonder ontkenning van problemen. De taal is onverbloemd, rechtstreeks, de humor soms wat grimmig. Maar het komt wel steeds weer goed. 

Na ieder Madeliefboek volgt trouwens steeds een wat absurder, iets confronterender jeugdboek: Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt, Pappa is een hond en het schitterende De tranen knallen uit mijn kop- ik haal dit “schitterend”uit mijn herinnering, want, echt, de verhaallijn van bijna alle boeken vergeet ik. Ik bewonder degene die dat wel kan onthouden. 

Minachting?

Nooit heb je bij Kuijer’s enorme productie van de jaren ’70 dat hij er zich vanaf maakt. Integendeel, hij is zo gedreven en denkt zo veel na over kinderen, opvoeding, lezen, kinderboeken dat in 1980 het nog steeds veelgelezen “pamflet” Het geminachte kind verschijnt. ”Kritische opstellen over de houding van de volwassenen tegenover het kind. Kuijer kiest consequent voor het kind en tegen de volwassen kijk op het kind -net zoals in zijn fantastische jeugdboeken.”(mijn tekst op librarything.nl ). Bij datzelfde Librarything, de website waar u uw eigen bibliotheek, gelezen boeken kunt delen met miljoenen anderen, zie ik dat ik 13 Kuijers heb gelezen. Hij heeft ongeveer 50 titels op zijn naam staan…

Voor altijd samen, amen

De laatste Kuijers die ik las waren de boeken over Polleke, zoals Het is fijn om er te zijn, alweer zo’n heerlijke, programmatische titel. Hartverwarmende boeken, waarin de fijne, lieve, stad die Amsterdam kan zijn heel belangrijk is. Ze stimuleerden mij tot mijn eerste boekenrubriek: in de Krijtkreet, de schoolkrant van en voor de basisschool van mijn kinderen. Want boeken van Guus Kuijer gun je iedereen. Ze zijn nuchter, geestig, eerlijk, ontroerend, doordacht, warm en nooit negatief. Ondanks dat Kuijer zichzelf is gebleven (hoe kun je trouwens iemand anders worden?), vindt hij ook steeds nieuwe invalshoeken. 

Zoals, inderdaad, De bijbel voor ongelovigen; het ligt op mijn nachtkastje. De schoolmeesters uit zijn jeugd vertelden de bijbelverhalen met overgave: “De meesten van hen toverden ons een woestijn voor ogen die wij en zij nooit in het echt hadden gezien ( )”. Dat doet Kuijer ook, met dit verschil dat zijn onderwijzers gelovig waren en hij niet. Natuurlijk keert hij met deze boeken- er zijn nu vijf delen verschenen- ook terug naar zijn jeugd. Als je zo kunt vertellen en nadenken als Guus Kuijer, de enige Nederlandse winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award, kunnen we daar alleen maar blij mee zijn. Nu nog de P.C. Hooftprijs, dan is dat gat in de grens, tussen schrijven voor jeugd en volwassenen ook eindelijk gedicht. Nu Annie hem niet meer kan krijgen, is Guus de eerste rechthebbende.

Ik wens Guus Kuijer (1 augustus 1942), alsnog van harte geluk met zijn 75e verjaardag!

Leo Willemse,
bibliothecaris zonder grenzen.