Jeugdliteratuurblog | Bedenk het lekker zelf!

Gepubliceerd op: 2 november 2017 09:34

Prentenboeken kennen we in allerlei soorten en maten, met tekst of zonder tekst, met flapjes of zonder flapjes, met geluid of zonder geluid, met zachte, harde, of andersoortige materialen om aan te voelen, van stof of karton of plastic of papier, met tekeningen en… ja zelfs zonder tekeningen.

Je herinnert je vast wel Het boek zonder tekeningen van B.J. Novak. Als je dat boek voorlas, werd er wel wat van je gevraagd als voorlezer. Jij werd eigenlijk het verhaal. Het was een prentenboek waar net iets meer van je verwacht werd. Ook als  je samen een prentenboek zonder tekst bekijkt, moet je fantasie aan de bak, want je gaat zelf de verhalen invullen. 

Prentenboeken die net even anders zijn, en waar je wat voor moet doen, daar heb ik de laatste tijd drie mooie voorbeelden van gevonden. Laat je verrassen!

Hervé Tullet | Oh! Een boek vol geluid

O nee, zal je misschien denken, weer zo’n lawaaiboek. Met allemaal knopjes om op te drukken waarna er een blikkerig rotgeluid uitkomt en waarvan de batterij nooit op lijkt te gaan. Maar dit boek is anders. Hier moet je namelijk zelf de geluiden maken! De hoofdrolspelers zijn een blauwe cirkel en een rode cirkel (Hervé Tullet maakte al eerder interactieve prentenboeken met cirkels en andere figuren in de hoofdrol). Als je je vinger op een blauwe cirkel zet, zeg je OH. Als je je vinger op de rode cirkel zet zeg je AH. In het boek staan steeds aanwijzingen voor de manier waarop je oh en ah moet zeggen. Zo ga je van zacht naar hard, zing je een liedje, praat je als een robot en maak je zelfs ruzie. Dit is natuurlijk het toppunt van een interactief prentenboek!

Nicola Grossi | Beer, hol!

De titel is al net zo minimalistisch als de tekeningen in dit boek. Het verhaal gaat over een beer die op zoek is naar zijn hol, en onderweg steeds meer dieren meeneemt op zijn zoektocht. Maar zijn er dieren getekend in dit prentenboek? Nee. Beer is een bruine cirkel, vos is een rode cirkel, de rivier is een blauwe streep, de woestijn een gele streep, enzovoort. De tekst vertelt summier wat er gebeurt. Je moet dus je fantasie gebruiken om je het verhaal voor te stellen.

Emanuela BussolatiTararái tararera...

Ook dit boek doet een groot beroep op de voorlezer. Zoals je aan de titel al kunt zien is het niet in het Nederlands geschreven maar in een zelfverzonnen taal. Namelijk in Piripu-taal. Volgens de schrijfster komt een boek pas tot leven door de stem en de passie van de volwassene die het verhaal voorleest. De taal doet er eigenlijk niet toe! Je kunt naar believen fluisteren, schreeuwen, gekke geluidjes maken enzovoort. De verzonnen taal heeft wel elementen die je kunt herkennen, zoals Pa, Ma en Be. De tekeningen geven verder houvast, en je inlevingsvermogen en fantasie moet de rest doen. Dat gaat wel lukken met dit verhaal, waarin een aapje wegloopt en spannende dingen beleeft in de jungle.

Deze drie prentenboeken lenen zich voor het toppunt van interactief voorlezen. Samen helemaal in het verhaal duiken, en jullie eigen fantasie gebruiken. Ik zeg: Rulba rulba rulba!


Deborah van der Vliet is jeugdbibliothecaris en boekenliefhebber in hart en nieren.  Ze studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en werkt inmiddels bijna 17 jaar bij de OBA. Jeugdliteratuur is haar grote liefde. Je leest meer blogs van Deborah op haar eigen site boekielezen.nl.