Ontwerper Maarten Baas in de OBA

Gepubliceerd op: 17 april 2017 16:00

Maarten Baas, bekend bij de grote musea én Brad Pitt vanwege zijn stoelen van klei en verbrande design-klassiekers, is lid van de Akademie van Kunsten, waar kunst en wetenschap samenkomen. Hij werkt graag met verschillende disciplines en vertelt over zijn 'niet lullen maar poetsen-mentaliteit'.

'Mijn filosofie van werken, zo die daar is, heeft te maken met het opzoeken van grenzen. Ik heb geen beeld van waar ik over twintig jaar ben, behalve dat ik hoop nog steeds zo te blijven bewegen. Ik stel mezelf nooit een doel, ik beweeg mee op de golven van de tijd. Ik hou van 'niet lullen maar poetsen,' ik maak liever een expositie dan dat ik erover praat.'

Hoe werk je samen met verschillende disciplines?
'Het meest duidelijke voorbeeld is mijn tentoonstelling van afgelopen oktober, tijdens de Dutch Design Week. Dat is een fijn podium voor mij, omdat het daar niet gaat om het volgende potje, pannetje, stoeltje of lampje, maar om bredere concepten. Ik maakte een tentoonstelling waarvoor Ingmar Heytze gedichten schreef en Iris van Herpen een tapijt van zand ontwierp waarop een dansvoorstelling werd gehouden. Dat Heytze dit achteraf omschreef als een ervaring die voorbijgaat aan de vraag of iets kunst is, vond ik een groot compliment. Je ondergaat het gewoon, het is elastisch, net als tijd. Je wordt omringd en voortgestuwd door de tijd.'

Hoe komt de wetenschap terug in jouw werk?
'Momenteel ben ik bezig met de treetrunkchair, de boomstamstoel. Dit is een mal van een negatief van een stoel die ik tegen een jonge boom aanzet. Die boom groeit tweehonderd jaar in die mal; als je daarna de mal weghaalt, heb je als het goed is, een boomstamstoel. Dat is natuurlijk een tergend langzaam proces. In plaats van een deadline en een haalbaar doel is dit juist iets waarvan ik niet weet of het er ooit zal komen. Ik ben met boomexperts en ingenieurs aan het bedenken hoe het ontwerp moet worden gebouwd, en het Groninger Museum houdt een plek vrij in de tuin waar de boom kan worden geplant en onderhouden, ook na mijn dood.'