Poëzie op de muur in OBA Oosterdok

Poëzie op de muur in OBA Oosterdok

Stadsdichters in de OBA


In de entreehal op de begane grond van OBA Oosterdok zijn diverse gedichten van Amsterdamse stadsdichters op de muur gedrukt. Die kun je nu even niet in het echt komen bekijken... daarom hebben we de gedichten online verzameld. Even kennismaken met het werk van onder meer Adriaan Jaeggi, Anna Enquist, K. Schippers en Mustafa Stitou? Lees dan snel verder!

 

Uit de collectie


Stadsdichter 2016 - 2019

K. Schippers

De Amsterdamse dichteren en schrijver K. Schippers (1936-2021), pseudoniem van Gerard Stigter, heeft zich altijd ingezet om het gewone ongewoon te maken. 

Met J. Bernlef en G. Brands richtte hij in 1958 het tijdschrift Barbarber op, dat in de poëzie de koers omzette van de wilde expressie van de Vijftigers naar directe aandacht voor de realiteit van alledag.

Beeld: Allard de Witte

Lege bladzij

Kom hier liggen, bladzij, werk mee
je omgeving zichtbaar te maken,
alsof je er altijd bent geweest.

Wie zie je van verre of is het
soms nacht? Dat weet jij alleen.
Misschien word je niet eens

herkend, de blauwe haarspeld ook
niet, net gevallen, een bal ligt
er al, zeker vergeten. Wil je

het wit daarmee vullen, echt? Je
popelt de bal ergens anders op te
gooien, wie niet. Laat de bladzij

dan gewoon liggen. Daar stond je,
vlak bij het ongeschrevene, met
een tennisbal en blauw haar.


Stadsdichter 2014 - 2016

Anna Enquist

Als dichteres is Anna Enquist (1945) een laatbloeier. Ze had eerst een carrière als pianiste, psycholoog-psychotherapeut en psycho-analytica. Haar eerste bundel poëzie kwam in 1991 - ze was toen 46 jaar.

Ze werd meteen een populaire dichter, en ook haar romans werden keer op keer herdrukt. In 2014 werd Enquist benoemd tot stadsdichter van Amsterdam.

Beeld: Bert Nienhuis

Het boekenpaleis

Als Alexandrië, met uitzicht op het water;
wie aanmeert levert in wat hij aan boord bewaart.
Verzameling van alles wat in schrift bestaat; de gevel
draagt een spreuk: ‘Plaats voor genezing van de ziel.’

Stop met de herrie: voetstappen, een lied, gekraak
van deuren. Kom erin en zwijg. Op lange planken
staan, schouder aan flank, de opgeslotenen bijeen.
Als je je mond houdt kan je hun gefluister horen.

Ze lokken je vanuit kartonnen kaften, ze willen
hun verhalen aan je kwijt, ze lonken met hun letters,
vechten om je overgave – en onder die strijd hoor je
hun hese wanhoop over de vergetelheid. De echo

van Egypte trilt door elke kast: hoe lang nog
tot de fakkeldragers komen, onder het banier
van welke god? Nog niet. Nog even zijn de woorden
balsem, zinnen de genezing voor je ziel.


Stadsdichter 2012 - 2014

Menno Wigman

Menno Wigman (1966 - 2018) werd geboren in Beverwijk, maar woonde het grootste deel van zijn leven in Amsterdam.

Sinds zijn debuut in 1997 waarderen lezers en critici vooral het muzikale ritme en het schijnbare gemak van zijn gedichten. De vorm is onnadrukkelijk, de toon losjes, de onderwerpen begrijpelijk, maar met verborgen angels en cynisme. Zijn laatste bundel, Slordig met geluk, wordt door velen als zijn beste beschouwd.

De laatste pagina

Geduldig draagt de aarde onze huizen,
ze slaapt onder een stenen korst van wegen,
steden, torens en kantoren, ze stut
en laat ons duren. En wij, een schimmellaag
van intellect, trots op miljarden muren,
wij bouwen door en blijven haar bedekken
met kerncentrales en bibliotheken.

Neem deze bibliotheek: een vuist van steen
waarin je alles over hoop kunt lezen.
Een stille kuif spelt hoe je splijt
stof maakten honderdduizend ogen bouwen aan
een boek dat schittert als een honingraat.

De aarde slaapt en alles staat. Pas op
de laatste pagina vergaat je huis.
Wees slim en lees geen boeken uit.


Stadsdichter 2010 - 2012

F. Starik

F. Starik (1958 - 2018) was behalve een bevlogen dichter een prozaïst, fotograaf, performer en beeldend kunstenaar. Zijn eerste dichtbundel Nepvuur (1987) bracht hij zelf uit.

Hierna schoof zijn focus heen en weer tussen beeldende kunst en het schrijven van gedichten. Starik maakte deel uit van de Poule des Doods, was een van de drie laureaten die in 2009 de Amsterdamse Prijs voor de Kunst in ontvangst namen en werd in 2010 Stadsdichter van Amsterdam.

Beeld: Keke Keukelaar

Dienstbericht

Eens per maand vul je je briefje in, kruist
keurig in de vakjes aan dat je niets hebt verdiend
zogenaamd die ene verplichte keer gesolliciteerd
en dat je weer niet bent verhuisd: je was gewoon thuis.

Je ligt op bed en zwijgt en leest de dagen stuk
de dagen dat het altijd winter leek. Wat als er
niets en niemand op je wacht, je toekomst leeg
als de bladen in het boek dat je niet schreef.

Nog niet, misschien. Je winterbleke vacht, de grauwe
dekens waaronder jij toch weet: er komt een dag
dat je opstaat, dat gore bed verlaat en de wereld
iets verschrikkelijks zult laten zien.


Stadsdichter 2009 - 2010

Mustafa Stitou

Mustafa Stitou (1974) heeft filosofie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In 1994 debuteerde hij met de dichtbundel Mijn vormen. Daarna volgden Mijn gedichten (1998) en in 2003 de bundel Varkensroze ansichten, die werd bekroond met de VSB Poëzieprijs.

Hij heeft opgetreden op tal van festivals in binnen- en buitenland. Het gedicht dat hij als stadsdichter voor de OBA schreef, werd het titelgedicht van zijn vierde dichtbundel, Tempel (2013). In 2018 werd zijn poëzie bekroond met de A. Roland Holstprijs.

Beeld: Tessa Posthuma de Boer

Tempel

Keer deze tempel de rug niet toe
hier strijken talrijke goden neer
van ademende waarheden is deze tempel vergeven
hier bespreekt het brein het brein
bezingt wonder wonder en tegenwonder
hier wordt de beul bestudeerd en de bij
er staan heelallen op de planken
droefenis stelpende alfabetten
de letters der ketters vliegen klapwiekend op
de rede beent over het water
hier kwijnt de kwelgeest weg
autocraat wordt onttroond kind gekroond
(schedels in de regen schedels in de zon)
hier wordt betekend benevens beneveld
kan men hier sterven leren en leven?
hier stokt het hanige heilige woord
het eindvonnis wordt versnipperd hier
keer deze tempel de rug niet toe


Stadsdichter 2008 - 2009

Robert Anker

Robert Anker (1946-2017) was een Nederlandse dichter die in 1979 debuteerde met Waar ik nog ben. In latere bundels kwam de nadruk te liggen op de buitenwereld en op maatschappelijke problemen, zoals in De broekbewapperde mens (2002).

Van de natuur verschoof het perspectief naar het stadsleven. Anker beeldde het chaotische stadsleven uit met fragmentarische zinnen en in gedichten ongebruikelijke grammaticale constructies. Zijn werk werd bekroond met prijzen als de F. Bordewijk-Prijs en de Herman Gorter-Prijs.

Beeld: Leo van der Noort

Het boek

Toen we konden schrijven was er nog geen Boek
De geest moest eerst zichzelf verzamelen.
Om zich te openbaren moest hij zich verbergen
Zonder een geheim dat zich laat raden geen Boek.

Toen ging het Boek op reis langs blinkende ogen
En tierende lippen, de weg van de ene stilte
Naar de andere woestijn, soms zelf de weg
Altijd meer dan geheugen, wetten en de waarheid.

Toen we konden drukken dreigde voor het Boek
Zich te verliezen in de breedte van de wereld
Maar het hernam zich in telkens andere gedaanten
Altijd vindbaar voor wie zoeken wilde, fluisterend
Op het marktplein, wijdend bij het flakkerend tl
Altijd vindbaar in de letters die hem dragen - tot hier.


Stadsdichter 2006 & 2007

Adriaan Jaeggi

Adriaan Jaeggi (1963-2008) was dichter, schrijver en columnist voor de Groene Amsterdammer en de Volkskrant. In 1995 publiceerde hij zijn eerste roman, De tol van de roem.

Jaeggi was de eerste Stadsdichter van Amsterdam, was onderdeel van de Poule des doods en verscheen met zijn werk onder andere in de beroemde bloemlezing Nederlandse Poëzie van Gerrit Komrij.

Gebed

(uit te spreken in een bibliotheek)

Boek, vertel me hoe te leven
hoe ik de liefde moet overwinnen
vertel hoe anderen dat deden
wat de weg is, hoe
de kost te winnen

Boek, wij spreken in iconen
als Jolly Roger: avontuur,
een bloedend hart voor
liefde, eclips wijst ons
de toekomst.

Kien, Bandini, Biberkopf,
Schveyk, Tiuri, Windvaantje,
Horse Badorties, Oblomov.
Owen, Rosenberg, Sassoon:
Egidius.

Boek, vertel me hoe te branden
als een tijger in de nacht.
Vertel het ook aan anderen, als
ze radeloos zijn en dwalen, als
hun afgod naar ze lacht.

Boek, wij zijn allang verloren
wees ons dus steeds genadig. Ik getuig
dat er één is van elk van ons
en elk boek is mijn profeet.
Zorg dat iedereen dat weet.

Boek, vertel ons hoe we leven.