Metha's muziek; pixies

Gepubliceerd op: 12 oktober 2013 09:19

“Kent u de weg?” vroeg de controleur bij de ingang van Paradiso, grijnzend naar mijn grijze haardos kijkend. Ha! Ja natuurlijk, wij komen hier al op gezette tijden... euhm... zo’n veertig jaar! Ja, dat dacht hij al. Wat ons eerste concert was hier?

Van mijn metgezel was dat Pink Floyd, waarschijnlijk zelfs de openingsact van Paradiso dacht hij zelf. Ik moest heel hard nadenken...ik vermoed dat het iets veel minder spectaculairs was. Braaf lief jongetje Colin Blunstone zou wel eens mijn eerste keer geweest kunnen zijn, samen met mijn zus... Wij waren laat, zoals gewoonlijk. Vanuit de grote zaal klonken al gedempt door de gesloten toegangsdeuren, de bassen van het voorprogramma. Toen we die deuren openden zorgde de bassiste in de band van het voorprogramma, Yuck, meteen weer voor dé unieke sensatie van een popconcert: de bas die je voelt pompen in je maagstreek en middenrif. Ik houd zo erg van dat gevoel. Het jaagt het levensgevoel aan, het dondert ritmisch door je heen: er staat vast iets spannends te gebeuren! Viva la vida! De zaal was echter tot achter aan toe barstensvol mensen, geen doorkomen aan. Niet te harden zo heet ook, een stomende sauna gelijk, dus eruit en snel wat! Naar boven, misschien nog warmer maar minder claustrofobisch. Op het eerste balkon gezeten leek het of er volop gerookt werd, zoals vroeger. Het waren geen walmende wietdampen die omhoog dreven in de spotlights maar stoom dat van zwetende lijven van Pixies-fans afsloeg, die, pils innemend, dik op elkaar gepakt vol rondzoemende anticipatie wachtten op wat er komen zou.

Loodgieters?

Er kwamen tegen 21 uur enige kale mannetjes op, één corpulente in geruit overhemd en spijkerbroek, de anderen in T-shirt en spijkerbroek. Eerder volk dat je toilet komt ontstoppen dan musici in een wereldband, zo gewoontjes zagen ze eruit, zo anti-popster als maar kan, maar ze gordden hun gitaren om dus dit waren ze, de Pixies.

De flitsend uitziende jongedame met modieus geverfd haar was de vervangende Kim voor dé Kim. Die is namelijk met haar eigen band, de Breeders, aan het toeren en stapte helaas net uit de Pixies toen zij aan de vooravond van deze wereldtournee stonden. De Pixies ontstonden halverwege de jaren tachtig; de enige tijd in mijn leven dat ik me nauwelijks met muziek bezig kon houden omdat het leven zich ophield rond wieg, luiers, kinderwagen, rompertjes en kleine, nieuwe wezentjes die alle aandacht opeisten. De muziek van de Pixies kleurde toen te rauw bij al dat tere roze, dus heb ik ze pas later leren kennen en waarderen.

Het viel me op de cd’s nooit zo op omdat songs van de Pixies van die bijna volmaakt afgeronde balletjes venijnige energie waren en de aandacht opgeëist werd door de levensangst en -woede van Frank Black die zijn teksten uitspuugde en uitkrijste als een speenvarken in doodsnood. Waar mrs. Deal haar zoetgevooisde, charmant-valse vokalen tegen aan vleide. Maar wat een beul van een gitarist is die Joey Santiago zeg! Wat een rijkdom aan fantastische riffs bedacht hij, wat een creatieve geest. En die drummer, David Lovering. Strak en to the point maar wat een enorme drive.

god = seven

Er werd niet gecommuniceerd, zaterdag 5 oktober 2013, noch onderling noch met het publiek. Hooguit zwaaide zonnetje-in-huis Charles Thompson aka Black Francis aka Frank Black even met een hand en vroeg Joey om enige publieksparticipatie tijdens zijn showtime-solo, waarin hij wat capriolen uit pleegt te halen met zijn gitaar en lijf. Verder denderde alles gewoon in 2 uur langs en de muziek sprak voor zich. Geweldige songs als Monkey gone to heaven met het onvergetelijke gekrijs : “then God is seven then God is seven then God is seven”, Here comes your man, Allison, Valeria, Velouria en vele andere kwaaie, heftige, poppy, surfy songs. Subtiel, mooi, virtuoos maar ook tegendraads dissonant of zelfs vals; gestructureerde chaos, pure punk maar short & snappy en de zaal ging bij elk crescendo naar het absolute kookpunt.

moshpit

Dat was een fascinerend en tegelijk huiveringwekkend gezicht, die moshpit daar voor het podium. Stuiterende, keihard tegen elkaar óp hotsebotsende jongelui, voornamelijk van het mannelijk geslacht maar hier en daar schobbedebonkte er ook een enkel meisje mee. Totaal meegesleept in gekte door de opzwepende muziek- en/of door pillen en drank, je weet het niet. Een spektakel van jewelste, maar oh, wat wás ik blij dat ik boven zat en me er niet tussen bevond.

 

De hele zaal werd één grote kolkende massa; door de mist van transpiratievocht viel er haast geen toneel meer te onderscheiden. Ook al doordat de spots en lichtkanonnen voornamelijk naar het publiek toeschoten, waren de bandleden vaak alleen in donker silhouet te zien. Ik vroeg me af of dat met opzet gedaan was om het vele filmen door fans te obstrueren? Zodat men gewoon weer luistert en danst in plaats van constant met de iPhone omhoog, iedereen het zicht benemend? Je weet het niet.

 

Om 23 uur na de toegift maakte een roadie een gebaar alsof hij zichzelf de keel doorsneed, wat betekende: kappen nou met nog meer afdwingen, het is afgelopen over en uit!

stormy weather

Om 2 uur ‘s nachts herstelden de oren zich weer enigszins maar racete de adrenaline nog steeds door het lijf. Niet naar bed, niet naar bed. Ook al omdat Trompe le monde, Doolittle, Surfer Rosa en Bossanova de revue nog eens passeerden via de cdspeler.

 

Vandaag, in de tuin de krant lezend in het zonnetje, kwamen de Pixies nogmaals uit de cd-speler.

 

Nog een paar dagen, dan is de nazomer definitief voorbij en rolt de herfst aan met kou, regen en wind. Om met Frank Black te spreken: “it is time for stormy weather."

 

Metha Molenaar